Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
Vervangende toestemming tot erkenning en geslachtsnaam
3.DE BESLISSING
dinsdag 14 maart 2017 om 10.45 uur, voor voortzetting behandeling,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De man verzocht om vervangende toestemming om zijn minderjarige kind te erkennen, ondanks het bezwaar van de moeder dat het kind zijn achternaam zou behouden. De bijzonder curator adviseerde positief, stellende dat erkenning geen nadeel voor het kind oplevert.
Volgens artikel 1:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba krijgt een kind normaliter de achternaam van de vader, maar dit leidt tot discriminatie van vrouwen, wat strijdig is met de Staatsregeling van Aruba en internationale verdragen zoals het EVRM, IVBPR en het Vrouwenverdrag.
Het gerecht volgde een eerdere uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en bepaalde dat artikel 1:5 lid 1 BWA Pro buiten toepassing blijft, zodat het kind de achternaam van de moeder behoudt. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling van gezag, omgang en alimentatie.
Uitkomst: Vervangende toestemming erkenning met behoud van achternaam moeder wegens geslachtsdiscriminatie in het Arubaanse namenrecht.