ECLI:NL:OGEAA:2017:123

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 februari 2017
Publicatiedatum
2 maart 2017
Zaaknummer
EJ nr. 1619 van 2016
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:269 BWAArt. 1:270 BWAArt. 1:227 BWArt. 1:228 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzetting ouders uit ouderlijk gezag en benoeming voogd met adoptieonderzoek

De zaak betreft een verzoek van verzoekers om de ouders te ontzetten uit het ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen en om benoeming van een voogd en adoptie uit te spreken. De minderjarigen verblijven sinds oktober 2015 bij verzoekers nadat zij aan de Voogdijraad waren toevertrouwd. De moeder is vertrokken naar het buitenland en heeft geen contact meer met de kinderen, terwijl de vader geen invulling geeft aan het gezag en niet bijdraagt in verzorgingskosten.

De Voogdijraad adviseert de ontzetting van de ouders uit het ouderlijk gezag wegens grove verwaarlozing van verzorging en opvoeding. De rechtbank sluit zich hierbij aan en benoemt de voorgestelde voogd tot voogd over de minderjarigen. Het adoptieverzoek wordt aangehouden omdat eerst een rapport van de Voogdijraad moet worden overgelegd dat het kennelijk belang van de minderjarigen bij adoptie onderzoekt.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor overlegging van het rapport. De ouders zijn niet verschenen ondanks oproeping. De procedure toont zorgvuldige afweging van het belang van de kinderen en wettelijke vereisten voor ontzetting en adoptie.

Uitkomst: Ouders worden ontzet uit het ouderlijk gezag en een voogd benoemd; adoptieverzoek wordt aangehouden voor nader onderzoek.

Uitspraak

Beschikking van 28 februari 2017
Behorend bij EJ nr. 1619 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[Verzoekers],
wonende in Aruba,
VERZOEKERS,
gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza
tegen:
[Verweerders],
wonende in Aruba,
VERWEERDERS, hierna: de ouders,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[minderjarige sub 1],
[minderjarige sub 2]en
[minderjarige sub 3],
de minderjarigen,
[naam voorgestelde voogd], voorgestelde voogd.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 6 juli 2016;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 4 oktober 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekers in persoon. Namens de Voogdijraad zijn aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw L. Petrochi. De verweerders hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen;
  • de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de mondelinge behandeling van 17 januari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekers in persoon. Namens de Voogdijraad zijn aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw L. Petrochi.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk tussen de moeder en de vader is op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] geboren [minderjarige sub 1], op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] geboren [minderjarige sub 2] en op [geboortedatum] 2013 in [geboortedatum] geboren [minderjarige sub 3] (hierna: de minderjarigen).

3.HET VERZOEK

Het ter zitting aangevuld verzoek strekt tot ontzetting van de vader en de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen met benoeming van [voorgestelde voogd] tot voogd en om de adoptie van de minderjarigen door verzoekers uit te spreken.

4.DE BEOORDELING

Ontzetting

4.1
Ingevolge artikel 1:270, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kan in het geval, bedoeld in artikel 269, eerste lid, onderdeel e, de ontzetting verzocht worden door degene die de verzorging en opvoeding van het kind op zich genomen heeft. Verzoekers verzorgen de minderjarigen sinds 17 oktober 2015. Ze zijn ontvankelijk in hun verzoek.
4.2
Voor zover hier van belang bepaalt artikel 1:269 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) dat de rechter, indien hij het in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt, een ouder van het ouderlijk gezag kan ontzetten, om reden van misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen.
4.3
Uit de stukken en het ter zitting besprokene is gebleken dat de minderjarigen op 14 oktober 2015 aan de Voogdijraad voorlopig werden toevertrouwd. De moeder is sinds 17 oktober 2015 naar [land] vertrokken en heeft geen contact meer met de minderjarigen. Sindsdien verblijven de minderjarigen bij verzoekers. Onweersproken is vast komen te staan dat, nadat de minderjarigen voorlopig aan de Voogdijraad werden toevertrouwd, de Voogdijraad diverse keren, doch tevergeefs, heeft getracht een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen vast te stellen. De vader heeft niet meer naar de minderjarigen omgekeken en heeft geen feitelijke invulling gegeven aan het ouderlijk gezag. De vader draagt ook niet bij in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Er wordt geconcludeerd dat er geen mogelijkheid bestaat voor verbetering van de gedraging van vader binnen afzienbare tijd. De Voogdijraad heeft voorts aangegeven dat de minderjarigen genieten van een goede verzorging en opvoeding bij verzoekers. Op grond hiervan heeft de Voogdijraad ter zitting geadviseerd het verzoek van verzoekers toe te wijzen.
4.4
Het gerecht verenigt zich met de conclusie van de Voogdijraad en acht het in het belang van de minderjarige noodzakelijk dat de ouders uit het ouderlijk gezag over hen worden ontzet, nu er sprake is van grove verwaarlozing van hun verzorging en opvoeding.
4.5
In het gezag over de minderjarigen dient dan te worden voorzien. De voorgestelde voogd is bereid de voogdij over de minderjarigen te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van verzoeker om [voorgestelde voogd] tot voogd te benoemen, toewijzen.
Adoptie
4.6
Het adoptieverzoek is op grond van artikel 1:227, derde lid , BW toewijsbaar indien de adoptie in het kennelijk belang is van de minderjarige en aan de in de artikelen 1:227, tweede lid, BW en 1:228, eerste lid, BW gestelde voorwaarden is voldaan. Het gerecht meent dat alvorens op het verzochte kan worden beslist onderzoek door de Voogdijraad dient te geschieden naar de vraag of de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. De zaak zal worden verwezen naar onder te noemen datum voor overlegging van het rapport door de Voogdijraad.
4.7
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
ontzet de ouders [naam vader] en [naam moeder] uit het ouderlijk gezag over [naam minderjarige sub 1], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], [naam minderjarige sub 2], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] en [naam minderjarige sub 3], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
benoemt [voorgestelde voogd] tot voogd over de minderjarigen,
verzoekt de Voogdijraad een onderzoek te verrichten en daarover een rapport uit te brengen, waarin de hierboven in overweging 4.6 geformuleerde vraag dient te worden beantwoord,
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag, 29 augustus 2017, voor het overleggen van het rapport zijdens de Voogdijraad,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op dinsdag, 28 februari 2017 door de rechter W.C.E. Winfield in tegenwoordigheid van de griffier.