ECLI:NL:OGEAA:2017:247

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
B.B. nr. 2597 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht en comparitie in désaveau-zaak over verkeersongeval

In deze civiele zaak betreffende een désaveau-procedure rondom een verkeersongeval heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba het tussenvonnis van 24 augustus 2016 bevestigd en nadere beslissingen genomen.

Eiseres had aan gedaagde 1 telefonisch opdracht gegeven om haar in een procedure te vertegenwoordigen. Gedaagde 1 stelt dat hij namens eiseres heeft geprocedeerd, maar eiseres betwist deze stelling voldoende. Omdat de bewijslast bij gedaagde 1 ligt, krijgt hij de gelegenheid om zijn stelling te bewijzen door het horen van maximaal drie getuigen.

Het Gerecht gelast een comparitie van partijen voorafgaand aan het getuigenverhoor om te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Daarbij wordt ook besproken welk belang eiseres heeft bij haar vordering in désaveau, aangezien toewijzing kan leiden tot een verstekvonnis in de hoofdprocedure.

De comparitie en het getuigenverhoor vinden plaats op 5 mei 2017, waarbij partijen persoonlijk moeten verschijnen. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat deze zitting heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: Het Gerecht gelast een comparitie en getuigenverhoor en houdt verdere beslissingen aan tot na de zitting op 5 mei 2017.

Uitspraak

Vonnis van 5 april 2017
Behorend bij B.B. nr. 2597 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de (désaveu)zaak van:
[Eiseres],
wonende in Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: [Eiseres],
procederend in persoon.
tegen:

1.[Gedaagde 1],

wonende en als advocaat gevestigd in Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde 1],
en

2.[Gedaagde 2],

wonende in Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde 2],
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,
gedaagden.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt tot 24 augustus 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-de conclusie van antwoord van [Gedaagde 2];
-de conclusie van antwoord van [Gedaagde 1], met producties;
-de conclusie van repliek van [Eiseres], met producties;
-de conclusie van dupliek van [Gedaagde 1];
-de tegen [Gedaagde 2] verleende akte van niet dienen van dupliek.
1.2
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
2.2
Vast staat dat op 10 juni 2014 ten kantore van [Gedaagde 1] een oriënterend gesprek heeft plaatsgevonden tussen [Gedaagde 1] en [Eiseres] met betrekking tot het voor partijen genoegzame bekende verkeersongeval waarbij [Eiseres] betrokken was en het door [Gedaagde 2] bij dit Gerecht ingediende verzoek tot uitvaardiging jegens [Eiseres] van bevel tot betaling van de schade als gevolg van dat ongeval. Tegen die achtergrond stelt [Gedaagde 1] (deels impliciet)
dat [Eiseres] een aantal dagen na 10 juni 2014 [Gedaagde 1] persoonlijk telefonisch de opdracht heeft gegeven om zich voor en namens [Eiseres] te stellen in die procedure met als zaaknummer B.B. 1062 van 2014 en in die procedure voor en namens [Eiseres] schriftelijk te procederen (het indienen van een verweerschrift en een conclusie van dupliek).Die stelling, op de rechtgevolgen waarvan [Gedaagde 1] zich beroept, heeft [Eiseres] voldoende gemotiveerd bestreden. Nu [Gedaagde 1] (op wie te dezen de bewijslast rust) dat heeft aangeboden, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om bedoelde stelling door middel van het horen van getuigen te bewijzen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de in het dictum vermelde terechtzitting, tijdens welke zitting maximaal drie getuigen gehoord kunnen worden. [Gedaagde 1] dient uiterlijk drie dagen voor die zitting de personalia van de door hem voor te brengen getuige(n) schriftelijk kenbaar te maken aan het Gerecht, en aan [Eiseres] en [Gedaagde 2].
2.3
Het Gerecht oordeelt het zinvol om direct voorafgaande aan het getuigenverhoor een comparitie van partijen te houden, met name ter beproeving van een minnelijke regeling tussen partijen. Besproken zal worden of en welk belang [Eiseres] precies heeft bij (toewijzing van) haar vordering in desaveu, omdat toewijzing daarvan mogelijk met zich brengt dat heeft te gelden dat zij niet is verschenen in de procedure met als zaaknummer B.B. 1062 van 2014, en dat in die procedure alsnog bij verstek een betalingsbevel voor een bedrag van Afl. 9.978,50 in hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten, jegens [Eiseres] zal worden uitgevaardigd.
2.4
Als een partij niet ter comparitie verschijnt kan het Gerecht daaraan het gevolg verbinden - ook in het nadeel van die partij - dat het passend acht.
2.5
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. A.H.M. van de Leur, rechter, op
5 mei 2017 om 09:00uur in de enquête zaal van het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;
-bepaalt dat partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn, desgewenst met gemachtigden;
-stelt [Gedaagde 1] (indien en voorzover de comparitie niet leidt tot een minnelijke regeling tussen partijen) in de gelegenheid om door middel van het doen horen van getuigen zijn hiervoor in rechtsoverweging 2.2 vermelde en door het Gerecht onderlijnde stelling te bewijzen, en verwijst de zaak daartoe eveneens naar de terechtzitting van mr. A.H.M. van de Leur, rechter, op
5 mei 2017 om 09:00uur in de enquête zaal van het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;
-bepaalt dat [Gedaagde 1] uiterlijk drie dagen voor die zitting de personalia van de door hem voor te brengen getuige(n) schriftelijk dient kenbaar te maken aan het Gerecht, en aan [Eiseres] en [Gedaagde 2], en bepaalt dat gedurende die zitting maximaal drie getuigen kunnen worden gehoord;
-houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.