ECLI:NL:OGEAA:2017:256

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 april 2017
Publicatiedatum
18 april 2017
Zaaknummer
EJ nr. 32 van 2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BW ArubaArt. 1:253e BW ArubaArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning gezamenlijk ouderlijk gezag en vaststelling omgangsregeling

De vader verzocht het gerecht om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige kinderen toe te kennen, naast de moeder die tot dan toe het gezag alleen uitoefende. De moeder verzette zich tegen dit verzoek en stelde dat de vader onvoldoende verantwoordelijk was.

Het gerecht beoordeelde op basis van artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba en jurisprudentie dat gezamenlijk gezag mogelijk is indien ouders in staat zijn tot behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening zonder dat het kind klem of verloren raakt. Na het horen van partijen en de Voogdijraad concludeerde het gerecht dat geen onaanvaardbaar risico bestond en dat de ouders voldoende communiceren.

Het gerecht achtte beide ouders geschikt en in staat om de kinderen naar behoren te verzorgen en op te voeden. Vervolgens stelde het gerecht een omgangsregeling vast waarbij de vader de kinderen om de twee weekenden van vrijdagmiddag tot maandagochtend ontvangt en op woensdag van 17:00 tot 19:00 uur omgang heeft.

De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het gezamenlijk gezag werd toegekend aan vader en moeder over de minderjarigen.

Uitkomst: Vader en moeder worden gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen en een omgangsregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

Beschikking van 11 april 2017
Behorend bij EJ nr. 32 van 2017
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[X],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
procederend in persoon,
tegen
[Y],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[A],
[B],
de minderjarigen.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 9 januari 2017,
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 28 februari 2017, waaruit blijkt dat de vader in persoon en de moeder in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad mevrouw G.A. Maldonado was aanwezig.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

Uit de moeder zijn geboren op [datum] 2014 in Aruba [A] en op [datum] 2013 in Aruba [B] (hierna: de minderjarigen). De minderjarigen zijn door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt – naar het gerecht begrijpt – er toe om de vader gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te belasten en om een omgangsregeling tussen hem en de minderjarigen te bepalen.

4.DE BEOORDELING

Gezag

4.1
Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM Pro aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken, en dat art. 1:253e BW aldus moet worden uitgelegd dat, indien het verzoek van de vader ingevolge art. 1:253c lid 1 BW tot toekenning van gezamenlijk gezag over het kind wordt ingewilligd, dit tot gevolg heeft dat, indien de moeder het gezag tot dusverre alleen uitoefende, zij dit voortaan gezamenlijk met de vader uitoefent.
Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (lid 2).
4.2
Voor het uitoefenen van het gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen en wel zodanig dat de kinderen niet klem of verloren raken tussen de ouders. De vraag die de rechter in dat kader onder meer dient te beantwoorden is of er een onaanvaardbaar risico voor het kind bestaat dat het klem of verloren zou raken tussen de ouders, indien zij het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen.
4.3
De moeder heeft zich tegen het verzoek van de vader verzet en heeft daartoe- kort samengevat- aangevoerd dat de vader niet genoeg verantwoordelijk is.
4.4
Het gerecht acht het, gelet op het verhandelde ter zitting en gehoord de Voogdijraad, niet gebleken dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken indien de ouders het gezag gezamenlijk uitoefenen. Daarbij neemt het gerecht in overweging dat partijen genoegzaam met elkaar communiceren omtrent aangelegenheden die de minderjarigen aangaan. De meningsverschillen tussen partijen omtrent de uitvoering van de omgang tussen de vader en de minderjarigen, zijn onvoldoende om van het uitgangspunt van gezamenlijk gezag af te wijken.
4.5
Gelet hierop acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarigen naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden zij geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarigen kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen is dat beide ouders worden belast met het gezag over hen.
Omgangsregeling
4.6
Bij de bepaling van de omgangsregeling, zal het gerecht rekening houden met de belangen van beide partijen en met de belangen van de minderjarigen. Het gerecht stelt gelet hierop de hierna opgenomen omgangsregeling vast.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt dat de vader, [X], voortaan gezamenlijk met de moeder, [Y], het gezag over [A], geboren op [datum] 2014 in Aruba en [B], geboren op [datum] 2013 in Aruba, zal uitoefenen,
bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen als volgt:
  • woensdag van 17:00 uur tot 19:00, waarbij de vader de minderjarigen ophaalt en weer terugbrengt bij de moeder,
  • om de twee weekeinden vanaf vrijdagmiddag tot maandagochtend, wanneer de vader vrij heeft,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van 11 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.