ECLI:NL:OGEAA:2017:273
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarigen vastgesteld bij vader
In deze zaak staat de vraag centraal bij welke ouder, de vader of de moeder, de gewone verblijfplaats van de minderjarige kinderen het beste kan worden vastgesteld. De Voogdijraad heeft geadviseerd dat de moeder de meest geschikte hoofdverblijfplaats is, zonder dat er sprake is van bezwaar tegen een van de ouders of hun woonomstandigheden.
Het gerecht neemt echter ook de huidige situatie in aanmerking, waarbij de kinderen op Aruba verblijven, goed ingebed zijn en het naar hun zin hebben bij de vader. Daarnaast is er geen sprake van problematische communicatie met de moeder. Gezien deze omstandigheden acht het gerecht het in het belang van de kinderen om de status quo te handhaven en wijst het de hoofdverblijfplaats toe aan de vader.
Verder wordt een omgangsregeling vastgesteld die voorziet in contact tijdens de zomervakantie, om en om de kerstvakantie en dagelijkse communicatie via moderne middelen zoals mobiele telefoon en Skype. Het verzoek tot meer of andersluidende regelingen wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd. De beschikking is gegeven door rechter P.A.H. Lemaire op 18 april 2017.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen wordt bij de vader vastgesteld en de omgangsregeling met de moeder conform het advies van de Voogdijraad vastgesteld.