ECLI:NL:OGEAA:2017:295

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 april 2017
Publicatiedatum
3 mei 2017
Zaaknummer
EJ nr. 2363 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:165 BWArt. 1:157 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over gebruik echtelijke woning en partneralimentatie na echtscheiding

In deze beschikking van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba is het gebruik van de echtelijke woning en het verzoek om partneralimentatie na echtscheiding beoordeeld.

De vrouw en man hadden beiden verzocht om het gebruik van de echtelijke woning voort te zetten voor zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De vrouw stelde dat zij onvoldoende inkomen heeft om huur te betalen en voor de zorg van de kinderen verantwoordelijk is. De man wilde de woning blijven gebruiken omdat hij de hypotheek betaalt en geen huur kan betalen. Het gerecht oordeelde dat het belang van de vrouw, die voor de kinderen zorgt, doorslaggevend is en kende haar het gebruik toe.

Ten aanzien van partneralimentatie vroeg de vrouw een uitkering van 450 gulden per maand vanwege haar invaliditeit en gebrek aan inkomen. De man stelde dat hij geen draagkracht heeft omdat hij de hypotheek betaalt en slechts een klein extra inkomen heeft. Het gerecht stelde de draagkracht van de man vast en concludeerde dat na betaling van kinderalimentatie geen ruimte is voor partneralimentatie, waardoor het verzoek werd afgewezen.

De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling van gezag en omgang. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad na inschrijving van de echtscheiding.

Uitkomst: De vrouw mag de echtelijke woning zes maanden blijven gebruiken, het verzoek om partneralimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht van de man.

Uitspraak

Beschikking van 25 april 2017
behorend bij EJ nr. 2363 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak tussen:
[naam vrouw],
kosteloos procederend conform beschikking van 11 oktober 2016,
wonende in Aruba,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,
en
[naam man],
wonende in Aruba,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De eerdere procedure blijkt uit de beschikkingen van dit gerecht van 12 december 2016 en 6 februari 2017, waarbij onder meer de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken.
De verdere procedure blijkt uit:
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 6 februari 2017 waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekers bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Gebruik echtelijk woning
2.2.1
De vrouw en de man hebben verzocht om de bewoning van de echtelijke woning voor de duur van zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking voort te zetten. Daartoe heeft de vrouw aangevoerd dat zij onvoldoende inkomen heeft om een huur te betalen. De kinderen willen bij haar blijven, maar zijn gewend aan hun omgeving en kamers. Tevens voert de vrouw aan dat zij degene is die de kinderen met hun huiswerk begeleidt.
2.2.2
De man heeft tegen dit verzoek verweer gevoerd, dat hierop neerkomt dat hij het gebruik van de woning wil voortzetten, omdat hij degene is die de hypotheeklening aflost, hij hier niemand anders heeft en geen huur kan betalen.
2.2.3.
Het gerecht overweegt hierover als volgt. Op grond van artikel 1:165 BW Pro kan de rechter bepalen dat de gewezen echtgenoot, die de woning bewoont, gedurende zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking daarin mag blijven wonen. De toepassing van deze bepaling, is een voorlopige voorziening met het oog op de huisvestingsproblemen van echtgenoten als gevolg van echtscheiding.
2.2.4
Nu de vrouw voor de kinderen zorgt, acht het gerecht haar belang doorslaggevend.
2.2
Partneralimentatie
2.2.1
De vrouw heeft bij wijze van vermindering van eis verzocht om een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de man van 450,- per maand. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft zij gemotiveerd aangevoerd dat zij geen inkomen heeft. Zij leeft van sociale uitkering van Afl. 950,- per maand, aldus de vrouw. Tevens voert de vrouw aan dat de man niet de volledige informatie naar voren brengt ter zake van zijn inkomen, namelijk dat hij gedurende hun huwelijk en ook nu bijbaantjes heeft.
2.2.2
De man heeft hiertegen verweer gevoerd, inhoudende dat hij de hypotheek volledig betaald en dat hij soms vrienden helpt. Hiermee zou hij amper Afl. 900,- extra per jaar aan inkomen verdienen. Concluderend dat hij geen draagkracht heeft.
2.2.3
Ingevolge artikel 1:157 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan de rechter aan de ene echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft en zich die in redelijkheid niet kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen. Behalve met behoefte en draagkracht kan de rechter rekening houden met niet-financiële factoren.
2.2.4
De vrouw heeft onbetwist aangevoerd dat zij een vaste gehandicaptenuitkering ontvangt van Afl. 950,- en dat zij vanwege haar invaliditeit niet kan werken. Bij de vaststelling van de behoefte van de vrouw gaat het gerecht er vanuit dat zij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in haar eigen bestaan te voorzien.
Hieruit volgt dat de behoefte van de vrouw bepaald kan worden op Afl. 450,- per maand.
2.2.5
draagkracht
Op grond van de overgelegde gegevens stelt het gerecht het netto-inkomen van de man na aftrek van alle in aanmerking te nemen kosten op Afl. 1.851,53. De man heeft draagkracht om met bedragen groot Afl. 350,-- respectievelijk Afl. 550,-- bij te dragen in de kosten van de kinderen, in totaal derhalve Afl. 900,--. Na betaling hiervan resteert hem een inkomen van ongeveer Afl. 950,--. Dit bedrag dat overeenkomt met hetgeen de vrouw aan inkomen heeft te besteden, heeft hij nodig voor zijn eigen levensonderhoud. Naast het betalen van kinderalimentatie heeft de man derhalve geen draagkracht.
2.3
Gezag en omgang
Inmiddels is door de Voogdijraad advies uitgebracht omtrent het gezag over de minderjarigen. Alvorens daarover te beslissen zal het gerecht de zaak verwijzen naar na te melden zitting.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt dat de vrouw bevoegd is de bewoning en het gebruik van de bij de woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken gedurende zes maanden na de inschrijving van de echtscheiding voort te zetten,
bepaalt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te Aruba en [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te Aruba, op Afl. 350,-- onderscheidenlijk Afl. 550,-- per maand,
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad indien en voor zover de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand is ingeschreven,
wijst het verzoek om partneralimentatie af,
verwijst de zaak naar de zitting van
dinsdag 9 mei 2017 om 14.30 uurvoor de behandeling van het verzoek over het gezag en de omgang,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 25 april 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.