ECLI:NL:OGEAA:2017:300

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 april 2017
Publicatiedatum
3 mei 2017
Zaaknummer
EJ nr. 191 van 2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie door gerecht in eerste aanleg Aruba

De Voogdijraad heeft namens de moeder een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie voor de minderjarige geboren uit de relatie tussen vader en moeder. De vader, die de minderjarige heeft erkend, is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.

Het gerecht stelt vast dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen naar draagkracht, zoals bepaald in artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Gezien het ontbreken van verweer en de draagkracht van de moeder en behoefte van het kind, wordt een maandelijkse bijdrage van 350 gulden vastgesteld.

De alimentatieverplichting gaat in per 1 maart 2017, een maand later dan verzocht, omdat de vader geacht wordt niet eerder kennis te hebben genomen van het verzoek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige verzoek wordt afgewezen.

Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot betaling van 350 gulden per maand kinderalimentatie vanaf 1 maart 2017.

Uitspraak

Beschikking van 25 april 2017
behorend bij EJ nr. 191 van 2017
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[naam vader],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen de vader,
niet verschenen.
Belanghebbende:
[naam moeder], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 31 januari 2017;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 14 maart 2017, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig waren mr. Y. Maduro en mevrouw A. Flanders en dat de moeder in persoon is verschenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder. De vader heeft de minderjarige erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 350,- ingaande 1 februari 2017 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren. Gelet op de draagkracht van de moeder, de behoefte van de minderjarige en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 350,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven, zij het dat de alimentatieverplichting een maand later dan verzocht ingaat, omdat de vader geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de door de vader [naam vader] met ingang van 1 maart 2017 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, op een bedrag van Afl. 350,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 25 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.