Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
‘verklaring werknemer:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster trad op 19 augustus 2015 in dienst bij verweerster met een salaris van Afl. 1.677,60. Op 21 juli 2016 werd haar medegedeeld dat de winkel zou verhuizen en dat zij zou worden gebeld voor hervatting van werkzaamheden. Verzoekster stelde zich beschikbaar maar ontving geen loon meer. Zij diende op 19 oktober 2016 een verklaring in bij de Directie Arbeid & Onderzoek waarin zij stelde zonder reden ontslagen te zijn.
Verweerster gaf aan dat de winkel moest sluiten vanwege beëindiging van de huurovereenkomst en dat partijen mondeling overeenstemming hadden bereikt over beëindiging van de arbeidsovereenkomst met betaling van achterstallig salaris, loon over opzegtermijn en niet genoten vakantiedagen ter hoogte van Afl. 3.326,93. Verzoekster was het hier niet mee eens en stelde dat sprake was van ontslag op staande voet.
De rechter oordeelde dat geen sprake was van ontslag op staande voet maar van een gave beëindigingsovereenkomst. Verweerster werd veroordeeld tot betaling van het volledige bedrag van Afl. 3.326,93 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 december 2016. Tevens werd verweerster veroordeeld in de proceskosten en werd verzoekster gratis rechtsbijstand toegekend. Het tegenverzoek tot ontbinding werd afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst reeds was beëindigd.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en vakantiedagen met rente en in de proceskosten.