ECLI:NL:OGEAA:2017:340

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 april 2017
Publicatiedatum
10 mei 2017
Zaaknummer
Lar nr. 2689 van 2016 / AUA201600628
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 LarArt. 19 LarArt. 20 LarArt. 27 LarArt. 28 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift tegen uitblijven beschikking taxivergunning

Appellante verzocht op 2 februari 2016 om een taxivergunning. Na het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar van 7 juni 2016, stelde zij op 26 oktober 2016 beroep in tegen het niet-beslissen door het bestuursorgaan. Volgens de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) moest het beroepschrift binnen acht weken na het moment dat het bestuursorgaan in gebreke raakte worden ingediend.

Het gerecht stelde vast dat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk één dag na de uiterste termijn van 25 oktober 2016. Appellante kreeg de gelegenheid om aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift zo spoedig mogelijk had ingediend, maar zij stelde dat het binnen de termijn was ingediend en maakte geen gebruik van deze gelegenheid.

Het gerecht oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 24 april 2017 en er staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.

Uitkomst: Het beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

Uitspraak van 24 april 2017
Lar nr. 2689 van 2016 / AUA201600628
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellante],
gevestigd in Aruba,
APPELLANTE
gemachtigden: mrs. Chris Lejuez en P.A.P.J. van der Biezen,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN TOERISME, TRANSPORT, PRIMAIRE SECTOR EN CULTUUR,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. C.P. Wever (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Op 2 februari 2016 heeft appellante aan verweerder verzocht om haar een taxivergunning te verlenen.
Op 7 juni 2016 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek om verlening van voormelde vergunning.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 26 oktober 2016 beroep ingesteld bij het gerecht.
Verweerder heeft op 15 februari 2017 een verweerschrift ingediend.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ambtshalve overweegt het gerecht als volgt.
2.2
Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, van de Lar, voor zover thans van belang, stelt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie.
Ingevolge artikel 19, eerste lid, brengt de bezwaaradviescommissie het bestuursorgaan binnen vier weken, nadat zij het bezwaarschrift van het bestuursorgaan heeft ontvangen, advies uit.
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is advies binnen de in het eerste lid bedoelde termijn uit te brengen, kan de commissie deze termijn ingevolge het tweede lid eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. De commissie doet van een zodanige verlenging mededeling aan de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan.
Ingevolge artikel 20, eerste lid, neemt het bestuursorgaan de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.
Ingevolge artikel 27, tweede lid, bedraagt, indien het beroepschrift betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, de termijn voor het indienen van een beroepschrift acht weken en gaat deze in op de dag, waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend, nadat de termijn is verstreken.
Ingevolge artikel 32, aanhef en onder a, kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2.3
Het bezwaarschrift is op 7 juni 2016 ingediend, zodat verweerder binnen twaalf weken na ontvangst daarvan, dat wil zeggen uiterlijk op 31 augustus 2016, op het daarbij gemaakte bezwaar diende te beschikken. Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Lar kon uiterlijk op 25 oktober 2016 tegen het uitblijven van zodanige beschikking beroep worden ingesteld. Het beroepschrift is op 26 oktober 2016, derhalve buiten deze termijn, ingediend.
Bij brief van 1 november 2016 heeft het gerecht appellante in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. In reactie daarop heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend en aldus van de haar geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2.4
Gelet op het vorenoverwogene, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
2.5
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 24 april 2017, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).