ECLI:NL:OGEAA:2017:360
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor niet-betaalde geldlening na echtscheiding
Partijen zijn op 2 oktober 2013 een geldleningovereenkomst aangegaan waarbij zowel [X] als [Y] als contractspartijen zijn betrokken. Op 2 mei 2015 zijn zij van elkaar gescheiden. Aruba Bank sommeerde hen op 20 september 2016 tot betaling van de openstaande bedragen, maar zij voldeden hier niet aan.
Aruba Bank vordert hoofdelijk betaling van het openstaande bedrag van Afl. 46.692,61 met rente en incassokosten. [Y] stelt zich niet aansprakelijk voor de lening, omdat deze oorspronkelijk door [X] werd aangegaan. De rechtbank oordeelt dat dit verweer faalt, aangezien uit de overeenkomst blijkt dat ook [Y] als ‘Borrower’ is vermeld en derhalve medecontractant is.
De scheiding van partijen doet hieraan niet af, omdat volgens artikel 1:102 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba na ontbinding van de gemeenschap ieder van de echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de gemeenschapsschulden. De rechtbank wijst de vordering toe, vermindert de buitengerechtelijke incassokosten conform het nieuwe procesreglement en veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de openstaande lening met rente en incassokosten.