ECLI:NL:OGEAA:2017:484
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens onvoldoende motivering en bewijs
E* trad op 23 januari 2014 in dienst bij MIO als administratief medewerkster. Op 5 juli 2016 ontdekte MIO dat een bedrag van ongeveer Afl. 40.000 uit de kluis ontbrak, waarvoor E* verantwoordelijk was. MIO sommeerde E* op 8 juli 2016 om op kantoor te verschijnen voor uitleg, maar E* kwam niet opdagen en was onbereikbaar. MIO sprak daarop het ontslag op staande voet uit wegens vermeende betrokkenheid bij de onregelmatigheid en verlies van vertrouwen.
E* betwistte de rechtmatigheid van het ontslag en vorderde toelating tot werk en doorbetaling van loon vanaf 12 juli 2016. Het gerecht oordeelde dat MIO onvoldoende had gemotiveerd en bewezen dat het bedrag daadwerkelijk ontbrak en dat E* daarvoor verantwoordelijk was. Ook ontbraken duidelijke procedures omtrent contant geld en bewijs van ernstige schending daarvan door E*. De verdenking was onvoldoende onderbouwd.
Het ontslag op staande voet werd daarom nietig verklaard. MIO werd veroordeeld E* binnen twee dagen toe te laten tot haar werkzaamheden en het loon vanaf 12 juli 2016 door te betalen, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging van 15% en wettelijke rente. Daarnaast werd MIO veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en MIO is veroordeeld tot doorbetaling van loon en toelating tot werk.