ECLI:NL:OGEAA:2017:509

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 juni 2017
Publicatiedatum
30 juni 2017
Zaaknummer
A.R. 263 van 2016
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenveroordeling advocaat wegens termijnoverschrijding in civiele procedure

In deze civiele procedure tussen eiseres en Ennia Caribe Schade N.V. stond de vraag centraal of advocaat mr. Lopez aansprakelijk kon worden gehouden voor een beroepsfout vanwege een termijnoverschrijding van ruim twee jaar. De termijnoverschrijding hield verband met een verklaring derdenbeslag van 11 december 2013 en een verzoekschrift dat pas op 10 februari 2016 werd ingediend.

Het Gerecht oordeelde dat het niet naleven van deze evidente termijn rechtstreeks uit de wet volgt en leidt tot ontzegging van de vordering, hetgeen ook is gebeurd. De advocaat had moeten weten dat de vordering hierdoor afgewezen zou worden. Zijn verweer dat hij mogelijk jurisprudentie wilde uitlokken werd verworpen omdat dit niet was onderbouwd.

Verder overwoog het Gerecht dat de situatie van de cliënte als onvermogende niet voldoende verklaart waarom de termijn zo lang werd overschreden. De kostenveroordeling werd daarom niet aan haar toegerekend maar aan mr. Lopez zelf, die aldus werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van circa Afl. 4.000,-. Het vonnis werd uitgesproken op 28 juni 2017 door rechter J. Sap.

Uitkomst: Advocaat mr. Lopez wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten wegens evidente termijnoverschrijding.

Uitspraak

Vonnis van 28 juni 2017
Behorend bij A.R. 263 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
Eiseres,
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiseres],
gemachtigde: advocaat mr. M.O. Lopez,
tegen:
de naamloze vennootschap
ENNIA CARIBE SCHADE N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Ennia,
gemachtigde: advocaat mr. M.A. Kock.

1.OVERWEGINGEN

1.1
Bij vonnis van 19 april 2017 is mr. Lopez in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hetgeen was overwogen in r.o. 2.8 van dat vonnis. Hij heeft dat gedaan bij akte van 17 mei 2017. De zaak is daarna verwezen voor vonnis.
1.2
Vaststaat dat sprake is van een evidente termijnoverschrijding die - dat vloeit rechtstreeks voort uit de wet - leidt tot ontzegging van de vordering. Het gaat in casu om een overschrijding van een termijn van ruim twee jaren (de verklaring derdenbeslag is gedaan op 11 december 2013 en het verzoekschrift is ingediend op 10 februari 2016). Mr. Lopez had dan ook kunnen weten dat de vordering reeds om die reden zou (kunnen) worden afgewezen - wat ook is geschied. Het niet in achtnemen van een evidente termijn door een advocaat pleegt in het algemeen als een beroepsfout te worden aangemerkt. Van hem mag immers worden verwacht dat hij van de formaliteiten op de hoogte is.
1.3
Thans voert hij aan dat het enkel overschrijden van een termijn nog niet wil zeggen dat sprake is van een beroepsfout, omdat het ook kan betekenen dat hij bepaalde jurisprudentie wil uitlokken. In zijn processtukken in het geding tegen Ennia heeft mr. Lopez op geen enkele wijze gesteld gemaakt dat het hem te doen was om de regelgeving c.q. de jurisprudentie op dit punt te laten heroverwegen, zodat dit verweer - dat overigens niet is uitgewerkt, wordt verworpen.
1.4
Het Gerecht acht het nog denkbaar dat mr Lopez van [eiseres] de opdracht heeft gekregen om, ondanks die termijnoverschrijding, toch deze procedure aanhangig te maken, ondanks dat hij haar heeft gewezen op de grote risico’s die dat met zich brengt. Daarover heeft hij echter niets gesteld. Hij voert slechts aan dat zijn cliënte in januari 2014 ziek was en geen bewijs van onvermogen kon halen en ook niet kon werken om hem te betalen. Dat is geen verklaring voor een termijnoverschrijding van zo’n lange duur. Juist de positie van [eiseres] als onvermogende brengt met zich dat het in redelijkheid niet aanvaardbaar is om de kostenveroordeling voor haar rekening te laten.
1.5
Mr. Lopez voert ook aan dat in Nederland het “eigen beursje” is afgeschaft. Dat neemt niet weg dat het dit naar Arubaans recht nog mogelijk is en het bovendien niet denkbeeldig is dat in Nederland in de rechtsverhouding tussen hem en zijn cliënte mr. Lopez ook gehouden zou zijn die kosten uiteindelijk te dragen.
1.6
Het Gerecht zal dan ook de proceskosten ten laste brengen van mr. Lopez.

2.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
veroordeelt mr. Lopez in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Ennia worden begroot op Afl. 4.000,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.