ECLI:NL:OGEAA:2017:521

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
27 juni 2017
Publicatiedatum
10 juli 2017
Zaaknummer
EJ nr. 634 van 2017
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie door Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

De moeder heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot het vaststellen van kinderalimentatie voor haar minderjarige kinderen, geboren in 2007 en 2011, die door de vader zijn erkend.

De vader is ondanks behoorlijke oproeping niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend. De moeder is wel verschenen met haar gemachtigde. Het verzoek is gewijzigd tot een maandelijkse bijdrage van Afl. 475 per kind.

Het gerecht stelt vast dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen volgens artikel 1:406 lid 1 BWA Pro. Gezien het ontbreken van verweer en de draagkracht van de moeder en behoefte van de kinderen, acht het gerecht het gevorderde bedrag passend.

De bijdrage wordt vastgesteld met ingang van 1 mei 2017, de datum waarop de vader geacht wordt kennis te hebben genomen van het verzoek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de betaling dient vooruitbetaald te worden aan de Voogdijraad.

Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 475 per kind per maand kinderalimentatie met ingang van 1 mei 2017.

Uitspraak

Beschikking van 27 juni 2017
behorend bij EJ nr. 634 van 2017
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
[X],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
en:
[Y],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna: de vader.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 23 maart 2017;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 16 mei 2017, waaruit blijkt dat alleen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde is verschenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

De thans nog minderjarigen [A] en [B] (hierna: de minderjarigen) zijn op [datum] 2007 respectievelijk op [datum] 2011 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder. Zij zijn door de vader erkend.

3.HET VERZOEK

Het - ter zitting gewijzigd - verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 475,- per kind per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren. Gelet op de draagkracht van de moeder, de behoefte van de minderjarigen en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 475,- per kind per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Het gerecht zal de ingangsdatum bepalen op 1 mei 2017 zijnde de datum dat de vader geacht kan worden op de hoogte te zijn geraakt van het verzoek.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de door de vader [Y] met ingang van 1 mei 2017 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [A], geboren op [datum] 2007 en [B], geboren op [datum] 2011 in Aruba, op een bedrag van Afl. 475,- per kind per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 27 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.