Uitspraak
1.[appellant 1],
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Fundacion Cardio Infantilin Bogota, Colombia.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellanten, ouders en wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter, hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering (verweerder) om slechts een deel van de kosten voor de medische behandeling van hun dochter in het buitenland te vergoeden. De dochter onderging een hartklepoperatie in Boston, terwijl verweerder een medische instelling in Colombia had aangewezen als vergoedingbasis.
Het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 25 van Pro de Landsverordening Algemene Ziektekostenverzekering (LAZV), waarin is bepaald dat vergoeding van kosten buiten Aruba beperkt is tot het bedrag dat zou zijn betaald indien behandeling had plaatsgevonden in de door verweerder aangewezen instelling. Appellanten hadden bewust gekozen voor behandeling in een andere instelling dan de aangewezen, met kennis van de beperking in vergoeding.
Het gerecht oordeelt dat verweerder de bestreden beslissing op goede gronden heeft genomen en dat de LAZV geen ruimte biedt voor afwijking van artikel 25 lid Pro 2. De vraag of de operatie in Colombia had kunnen plaatsvinden is in deze procedure niet aan de orde, omdat dat verband houdt met een andere beschikking. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de beperkte vergoeding van medische kosten wordt bevestigd.