Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer [X] was sinds september 2014 in dienst bij Riu als 'Bar Girl' en werd op 20 juni 2017 op staande voet ontslagen wegens het niet bedienen van gasten bij de pool area en een vermeend onrespectvolle houding. De werkgever baseerde het ontslag op dit incident en eerdere disciplinaire maatregelen.
De werknemer betwistte de geldigheid van het ontslag en vorderde in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van loon. Het gerecht beoordeelde of het ontslag op staande voet stand zou houden in een bodemprocedure, waarbij de aanwezigheid van een dringende reden volgens art. 7A:1615o BW centraal stond.
Het gerecht oordeelde dat de eerdere disciplinaire incidenten niet zwaar genoeg waren om het ontslag te rechtvaardigen en dat het incident van 18 juni 2017 onvoldoende was. Daarbij speelde mee dat de werknemer onbeschermd in de zon moest werken en het begrijpelijk was dat zij af en toe schaduw zocht. De werkgever had onvoldoende inspanningen verricht om de werkomstandigheden te verbeteren.
Daarom achtte het gerecht het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd en wees de vorderingen van de werknemer toe. De wedertewerkstelling zal ingaan na de beslissing in de ontbindingszaak, en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd; werkgever veroordeeld tot loonbetaling en (voorwaardelijke) wedertewerkstelling.