ECLI:NL:OGEAA:2017:610
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Betaling en beëindiging arbeidsovereenkomst Universiteit van Aruba
De zaak betreft een geschil tussen de Universiteit van Aruba en [X] over de aard en beëindiging van hun arbeidsrelatie. [X] was sinds 2008 ambtenaar bij het Land Aruba en werd vanaf 1 augustus 2014 werkzaam bij de Universiteit. Hoewel de Minister toestemming gaf voor zijn aanstelling, werd geen formeel aanstellingsbesluit genomen. [X] heeft per 13 juli 2015 zijn functie bij de faculteit neergelegd en heeft sindsdien geen werkzaamheden meer verricht sinds 11 december 2015. De Universiteit stelde het dienstverband per 31 december 2015 beëindigd.
De Universiteit vordert terugbetaling van een bedrag dat zij te veel aan [X] betaalde, terwijl [X] stelt dat de arbeidsrelatie pas eindigde toen hij op 18 april 2016 weer als ambtenaar ging werken en vordert salaris over de periode januari tot april 2016. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk een arbeidsovereenkomst bestond, ondanks het ontbreken van een aanstellingsbesluit, en verwerpt het standpunt van uitleen. De brief van [X] waarin hij zijn werkzaamheden neerlegt, geldt niet als ontslag.
Omdat [X] zijn werk heeft neergelegd zonder geldige reden, is hij niet gerechtigd tot doorbetaling van salaris over de periode dat hij geen werkzaamheden verrichtte. De vordering van de Universiteit tot terugbetaling wordt toegewezen, terwijl de loonvordering van [X] wordt afgewezen. [X] wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, rente en kosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [X] tot terugbetaling van teveel ontvangen salaris en wijst zijn loonvordering af.