ECLI:NL:OGEAA:2017:613
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens integriteitskwesties bij Centrale Bank Aruba kennelijk onredelijk
De zaak betreft het ontslag van [X], beleidsmedewerker bij de Centrale Bank van Aruba (CBA), na publiciteit rond de Panama Papers en verdenkingen omtrent haar (ex)echtgenoot. Hoewel [X] geen verwijt treft voor illegale activiteiten, achtte de CBA haar positie onverenigbaar met de integriteit van de bank en beëindigde haar arbeidsovereenkomst per 31 januari 2017.
Het gerecht stelde vast dat [X] geen directe betrokkenheid had bij de fraude en dat de negatieve publiciteit onvoldoende was voor ontslag. Wel werd haar verweten dat zij niet proactief melding maakte van haar aandeelhouderschap in een offshore vennootschap, wat onder het toezicht van de CBA viel.
Gezien haar lange dienstverband, specialistische functie en financiële afhankelijkheid oordeelde het gerecht dat het ontslag kennelijk onredelijk was. Het herstel van de dienstbetrekking werd bevolen, met doorbetaling van loon vanaf ontslagdatum, maar met de mogelijkheid voor de CBA om een afkoopsom van Afl. 220.000,- te betalen. De CBA werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van [X] is kennelijk onredelijk verklaard, de dienstbetrekking hersteld met doorbetaling van loon en een afkoopsomoptie van Afl. 220.000,- vastgesteld.