Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 1 augustus 2017.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak vordert eiseres dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis lijfsdwang oplegt aan gedaagde ter inning van een achterstallige alimentatievordering van Afl. 25.724,30 voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige zoon.
Gedaagde betwist de vordering en voert verweer. Het Gerecht stelt vast dat gedaagde de achterstallige alimentatie onvoldoende heeft bestreden en dat het bedrag verschuldigd is. Echter, het Gerecht oordeelt dat gedaagde naar voorlopig oordeel niet in staat is het bedrag te betalen, en dat toepassing van lijfsdwang hem niet in staat zal stellen voldoende inkomen te genereren om de schuld te voldoen.
Gezien deze omstandigheden en de verwachting dat in een bodemprocedure de vordering zal worden afgewezen, ziet het Gerecht geen spoedeisend belang bij toewijzing van het verzoek tot lijfsdwang. De belangenafweging leidt tot afwijzing van het verzoek. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van lijfsdwang wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.