ECLI:NL:OGEAA:2017:665
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Hoger beroep
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belang bij precariovergunning voor palapas
Appellante, de coöperatieve vereniging Costa Linda Beach Resort, verzocht op 29 april 2016 om een precariovergunning voor het plaatsen van 110 palapas en andere strandvoorzieningen op het strand voor haar resort. Verweerder, de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie, verleende slechts een vergunning voor het gebruik van domeingrond voor strandstoelen, mits betaling van de verschuldigde precario.
Appellante maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek voor de palapas en de speeltuin. Toen ook op dat bezwaar niet werd beslist, stelde zij beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Tijdens de zitting gaf verweerder aan dat voor het plaatsen van palapas op het strand geen precariovergunning vereist is.
Het gerecht overwoog dat omdat de gevraagde vergunning niet nodig is, appellante geen belang heeft bij het beroep tegen het uitblijven van een beschikking. Daarom verklaarde het gerecht het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat bij niet-ontvankelijkheid geen grondslag bestaat voor kostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen precariovergunning vereist is voor het plaatsen van palapas.