Uitspraak
CARIBBEAN MERCANTILE BANK,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele procedure vordert Caribbean Mercantile Bank (CMB) betaling van een bedrag van Afl. 3.000,-- vermeerderd met 18% overeengekomen rente en incassokosten van Afl. 711,23 van gedaagde. Gedaagde erkent de hoofdsom maar betwist de overeengekomen rente en stelt dat alleen wettelijke rente verschuldigd is.
Het gerecht oordeelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door ondanks beslag op haar rekeningen toch geld op te nemen, waardoor CMB het bedrag uit eigen middelen aan de deurwaarder moest betalen. Dit leidt tot een verbintenis uit de wet, waarop de algemene voorwaarden van CMB met de overeengekomen rente niet van toepassing zijn.
Daarom wijst het gerecht de vordering tot betaling van de overeengekomen rente af en volgt het gedaagde in haar standpunt dat zij wettelijke rente verschuldigd is vanaf 1 januari 2015. Ook de gevorderde incassokosten worden toegewezen, maar niet op grond van de algemene voorwaarden, maar als vergoeding voor buitengerechtelijke kosten op basis van artikel 6:96 BW Pro.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en een vergoeding van Afl. 375,-- voor incassokosten, alsmede in de proceskosten van CMB. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom met wettelijke rente en incassokosten, terwijl de gevorderde overeengekomen rente wordt afgewezen.