Uitspraak
1.DE VERDERE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
Afl. 19.790,40.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele zaak voor het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen eiseres en gedaagde centraal. Gedaagde heeft bewijs geleverd van een woning in Colombia die deel uitmaakt van de gemeenschap, onderbouwd met een echtscheidingsconvenant en getuigenverklaringen. Eiseres betwist het bewijs en stelt dat de woning eigendom is van haar dochter.
Het gerecht weegt het bewijs en oordeelt dat het convenant authentiek is en door de advocaat van eiseres is opgesteld, gebaseerd op informatie van eiseres zelf. Getuigenverklaringen ondersteunen het bestaan van de woning als onderdeel van de gemeenschap. Het gerecht acht het redelijk dat gedaagde niet eenvoudig aan meer bewijs kan komen vanwege de onwilligheid van eiseres.
Op basis hiervan wordt de woning in Colombia betrokken in de verdeling met een waarde van US$ 20.000, waarvan 50% wordt toegerekend aan de gemeenschap. Het gerecht bepaalt dat de woning in Aruba aan gedaagde wordt toegekend, evenals de hypothecaire schuld, terwijl de woning in Colombia aan eiseres wordt toegewezen. Verder wordt een betalingsverplichting van gedaagde aan eiseres vastgesteld en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Het gerecht stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast en veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres.