ECLI:NL:OGEAA:2017:737

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 september 2017
Publicatiedatum
27 september 2017
Zaaknummer
LAR nr. AUA201702355
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bezwaar rentenierverblijf Aruba

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om als rentenier op Aruba te verblijven. Hij verzocht het gerecht om schorsing van deze beschikking of het treffen van een voorlopige voorziening, zodat hij zijn bezwaarprocedure kon afwachten.

Het gerecht oordeelt dat het verzoek evident niet voor inwilliging vatbaar is omdat niet is gebleken dat verzoeker een voldoende spoedeisend belang heeft. Er is geen dreiging van bestuurlijke handhaving, zoals verwijdering, op korte termijn.

Daarom is toepassing van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak niet aan de orde en wordt het verzoek afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter D.J. Jansen op 25 september 2017.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing en voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

Uitspraak van 25 september 2017
LAR nr. AUA201702355
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER,
procederend in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 10 juli 2017 heeft verweerder afwijzend beschikt op de aanvraag van verzoekster om als rentenier op Aruba te verblijven.
Hiertegen heeft verzoeker op 7 augustus 2017 bij verweerder bezwaar gemaakt.
Op 15 september 2017 heeft hij zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot schorsing van de bestreden beschikking dan wel het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
2.2
Hoewel de Lar daarvoor geen uitdrukkelijke grondslag biedt, brengt een redelijke wetstoepassing mee dat in bepaalde gevallen uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening kan worden gedaan, zonder dat partijen tevoren ter zitting zijn gehoord. Daarvoor kan aanleiding bestaan, indien onverwijlde spoed dit vereist, alsmede in het geval dat het verzoek evident niet-ontvankelijk of niet voor inwilliging vatbaar is, dan wel het verzoek blijk geeft van misbruik van procesrecht.
2.3
Naar het oordeel van het gerecht is het verzoek evident niet voor inwilliging vatbaar. Daartoe wordt overwogen dat vooralsnog niet is gebleken dat verzoeker een voldoende spoedeisend belang heeft bij de door hem verlangde schorsing/voorlopige voorziening. Uit het verzoekschrift blijkt immers dat hij beoogt te bewerkstelligen dat hij de beslissing op het door hem ingediende bezwaarschrift hier te lande mag afwachten. Gesteld noch gebleken is evenwel dat, als gevolg van de bestreden beschikking, ten aanzien van zijn verblijf hier te lande op korte termijn bestuurlijke handhaving (door middel van verwijdering of anderszins) dreigt. Bij afwezigheid van een dergelijke dreiging is voor toepassing van artikel 54 van Pro de Lar, zoals door verzoeker verzocht, geen plaats.
2.4
Beslist wordt als volgt.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mw. mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.