ECLI:NL:OGEAA:2017:741
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling op borgstelling wegens niet-nakoming leningsovereenkomst
IFA en [gedaagde 1] sloten een geldleningsovereenkomst waarbij [gedaagde 2] zich borg stelde voor de betalingsverplichtingen van [gedaagde 1]. Nadat [gedaagde 1] ondanks ingebrekestelling niet betaalde, vorderde IFA betaling van zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2].
[gedaagde 2] voerde verweer dat hij slechts als vriendendienst borg stond en dat IFA onvoldoende onderzoek had gedaan naar de kredietwaardigheid van [gedaagde 1]. Tevens stelde hij dat IFA onvoldoende had geprobeerd de schuld bij [gedaagde 1] te innen. Het Gerecht oordeelde echter dat [gedaagde 1] toerekenbaar tekort was geschoten en dat IFA voldoende bewijs had geleverd van haar inspanningen en onderzoek.
De rechtbank verleende verstek tegen [gedaagde 1] wegens niet verschijnen en wees de vordering toe tegen beide gedaagden, waarbij zij hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten.