ECLI:NL:OGEAA:2017:763

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
27 september 2017
Publicatiedatum
3 oktober 2017
Zaaknummer
A.R. 255 van 2016 (AUA201600879)
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 214 RvArt. 215 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot voeging van mede-erfgenamen in civiele procedure

In deze civiele procedure voor het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verzocht eiser 1A en eiser 1B, beiden woonachtig in Florida, zich te voegen aan de zijde van eiseres 2, eveneens erfgenaam, in een lopende zaak tegen twee gedaagden en een notariskantoor te Aruba. Het verzoek tot voeging werd ingediend omdat eiser 1A en 1B als mede-erfgenamen belang hebben bij de uitkomst van de procedure.

De gedaagden verzetten zich tegen deze voeging omdat volgens hen niet vaststaat dat eiser 1A en 1B daadwerkelijk erfgenamen zijn. Het gerecht oordeelde echter dat op grond van artikel 214 en Pro 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ieder met belang bij een rechtsgeding zich kan voegen. Ondanks een eerder afgewezen verzoek op andere gronden, werd het huidige verzoek toegestaan vanwege de ruime uitleg van het belangvereiste en de aannemelijkheid van het erfgenaamschap op basis van de beschikbare stukken.

Het gerecht wees erop dat de voeging geen onredelijke vertraging van het geding veroorzaakt, mede doordat eiseres 2 en eisers 1 dezelfde gemachtigde hebben. Gezien de familieverhoudingen werd besloten geen proceskostenveroordeling uit te spreken. De zaak zal worden voortgezet met een rolzitting op 25 oktober 2017 voor verdere processtukken.

Uitkomst: Eisers 1 worden toegestaan zich te voegen aan de zijde van eiseres 2 in de hoofdzaak.

Uitspraak

Vonnis van 27 september 2017
Behorend bij A.R. 255 van 2016 (AUA201600879)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident tot voeging
zijdens
Eiser 1A
en
Eiser 1B,
beiden wonende in Florida, USA,
hierna ook te noemen: [eisers 1],
gemachtigde: advocaat mr. H.U. Thielman,
in de zaak van:
Eiseres 2,
als erfgename van:
[NAAM X],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiseres 2],
gemachtigde: advocaat mr. H.U. Thielman,
tegen:
Gedaagde 1,
te Aruba,
en
Gedaagde 2
te Aruba,
en
NOTARISKANTOOR MR. R.E. YARZAGARAY N.V.
te Aruba,
gemachtigde: advocaat mr. D.C.A. Crouch.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 12 april 2017;
- de incidentele vordering tot voeging/tussenkomst van [eisers 1] aan de zijde van [eiseres 2];
- de conclusie van antwoord in het incident van gedaagden.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2.DE VORDERING

2.1 [
eisers 1] vordert dat hem wordt toegestaan zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van [eiseres 2]. Hij voert daartoe aan dat hij als mede-erfgenaam belang heeft bij de uitkomst van de procedure.
2.2
Gedaagden verzetten zich hiertegen. Zij stellen dat niet vaststaat dat [eisers 1] daadwerkelijk erfgenamen zijn van [NAAM Y].

3.DE BEOORDELING

3.1.
Op voet van artikel 214 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering is een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om zich daarin te voegen. Ingevolge artikel 215 wordt Pro het incident aangebracht ter terechtzitting op de dienende dag vóór of op die waarop de behandeling van het aanhangige rechtsgeding eindigt.
3.2
Hoewel een eerder verzoek van [eiser 1A] tot voeging/tussenkomst is afgewezen, nu dat op een andere grondslag was gebaseerd, zal het Gerecht, gezien de ruime uitleg die gegeven wordt aan het belangvereiste, het huidige verzoek tot voeging toestaan. Nu [eiseres 2] en [eisers 1] dezelfde gemachtigde hebben, zal van onredelijke vertraging van het geding geen sprake zijn. Op basis van de thans voorhanden zijnde stukken acht het Gerecht ook voldoende aannemelijk dat [eisers 1] erfgenamen zijn van [NAAM Y].
3.3
Het Gerecht hecht eraan [eisers 1] erop te wijzen dat hij het geding aantreft in de stand waarin het zich bevindt, zoals uit de hieronder staande rolverwijzing in het dictum volgt.
3.4
Gezien de familieverhoudingen zal het Gerecht geen proceskostenveroordeling uitspreken.

4.DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:
in het incident:
staat [eisers 1] toe zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van [eiseres 2],
in de hoofdzaak:
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 oktober 2017 voor het nemen van een conclusie van repliek door [eiseres 2] en [eisers 1];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.