ECLI:NL:OGEAA:2017:763
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot voeging van mede-erfgenamen in civiele procedure
In deze civiele procedure voor het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verzocht eiser 1A en eiser 1B, beiden woonachtig in Florida, zich te voegen aan de zijde van eiseres 2, eveneens erfgenaam, in een lopende zaak tegen twee gedaagden en een notariskantoor te Aruba. Het verzoek tot voeging werd ingediend omdat eiser 1A en 1B als mede-erfgenamen belang hebben bij de uitkomst van de procedure.
De gedaagden verzetten zich tegen deze voeging omdat volgens hen niet vaststaat dat eiser 1A en 1B daadwerkelijk erfgenamen zijn. Het gerecht oordeelde echter dat op grond van artikel 214 en Pro 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ieder met belang bij een rechtsgeding zich kan voegen. Ondanks een eerder afgewezen verzoek op andere gronden, werd het huidige verzoek toegestaan vanwege de ruime uitleg van het belangvereiste en de aannemelijkheid van het erfgenaamschap op basis van de beschikbare stukken.
Het gerecht wees erop dat de voeging geen onredelijke vertraging van het geding veroorzaakt, mede doordat eiseres 2 en eisers 1 dezelfde gemachtigde hebben. Gezien de familieverhoudingen werd besloten geen proceskostenveroordeling uit te spreken. De zaak zal worden voortgezet met een rolzitting op 25 oktober 2017 voor verdere processtukken.
Uitkomst: Eisers 1 worden toegestaan zich te voegen aan de zijde van eiseres 2 in de hoofdzaak.