ECLI:NL:OGEAA:2017:767

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
27 september 2017
Publicatiedatum
3 oktober 2017
Zaaknummer
A.R. 2215 van 2015 (AUA201500261)
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van schuld en opheffing derdenbeslag

In deze civiele procedure stond de vraag centraal of gedaagde nog een schuld had aan eiser ter hoogte van Afl. 12.580,- zoals blijkt uit een letra de cambio. Eiser moest dit bewijzen en leverde daartoe een getuigenverklaring van zijn echtgenote. Gedaagde bracht een getuige in tegenbewijs, zijn vriendin.

Het Gerecht oordeelde dat eiser niet voldeed aan de bewijsopdracht. De verklaring van de echtgenote was onvoldoende specifiek en zij was niet aanwezig bij het gesprek waarin de nieuwe letra de cambio zou zijn verkregen. De getuige van gedaagde bevestigde dat de echtgenote van eiser in augustus 2015 niet bij gedaagde was geweest. Daarnaast was er onduidelijkheid over het ontstaan van de nieuwe letra de cambio en het ontbreken van noodzaak om de oorspronkelijke af te geven.

Het Gerecht betrok ook de slechte administratie van eiser en het kwetsbare karakter van zijn klanten bij de beoordeling. Dit leidde tot de conclusie dat eiser niet had aangetoond dat er nog een schuld bestond. De vordering werd afgewezen en het derdenbeslag opgeheven. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen en het derdenbeslag wordt opgeheven.

Uitspraak

Vonnis van 27 september 2017
Behorend bij A.R. 2215 van 2015 (AUA201500261)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
Eiser,
te Aruba,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: advocaat mr. M.O. Lopez,
tegen:
Gedaagde,
te Aruba,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: advocaat mr. D.L. Emerencia.

1.HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 29 juni 2016;
- de processen-verbaal van getuigenverhoor van 18 januari 2017 en 9 mei 2017;
- de conclusie na enquête aan de zijde van [eiser]
- de antwoordconclusie na enquête aan de zijde van [gedaagde].
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

2.1
Aan [eiser] was opgedragen te bewijzen dat [gedaagde] nog een schuld aan hem heeft van Afl. 12.580,00 zoals die blijkt uit de letra de cambio gedateerd op 26 oktober 2014, waarbij [eiser] in dit verband ook het bewijs mag leveren dat op of omstreeks 2 augustus 2015 deze letra de cambio tussen partijen is tot stand gekomen, althans dat op dat moment nog sprake was van een schuld van Afl. 12.580,00.
2.2
Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft [eiser] één getuige laten horen, te weten zijn echtgenote. In contra-enquête heeft [gedaagde] ook één getuige laten horen, namelijk zijn vriendin.
2.3
Op basis van hetgeen de getuigen hebben verklaard oordeelt het Gerecht dat [eiser] niet geslaagd is in het hem opgedragen bewijs. De verklaring van zijn echtgenote is onvoldoende specifiek en bovendien heeft zij verklaard dat zij niet bij het gesprek tussen haar man en [gedaagde] aanwezig was op het moment dat hij de nieuwe letra di cambio zou hebben verkregen. Zij kan dan ook niet verklaren wat er tussen hen is besproken. Ook moet worden geconstateerd dat de vriendin van [gedaagde] heeft verklaard dat in augustus 2015 de vrouw van [eiser] niet bij [gedaagde] is geweest, maar dat dit laatstelijk in juni 2015 was.
2.4
Gevoegd bij de al bestaande onduidelijkheid rond het tot stand komen van de “nieuwe” letra di cambio en het gegeven dat er geen noodzaak was om de oorspronkelijke letra di cambio af te geven aan [gedaagde], leidt ertoe dat het Gerecht oordeelt dat [eiser] niet heeft kunnen aantonen dat [gedaagde] nog een schuld aan hem had ten belope van
Afl. 12.580,-.
2.5
Hierbij betrekt het Gerecht ook dat [eiser] een slechte administratie bijhoudt van betalingen die door schuldenaren worden gedaan en dat zijn klanten zich aan de onderkant van de markt bevinden en kwetsbaar zijn. Verwacht mag worden dat [eiser] een deugdelijke en inzichtelijke administratie voert, waaruit de verplichtingen van de schuldenaar telkens blijkt.
2.6
De vordering van [eiser] zal worden afgewezen. In reconventie heeft [gedaagde] opheffing van het door [eiser] gelegde beslag gevorderd. Dat zal in na te melden zin worden toegewezen, nu het bestaan van de vordering van [eiser] onvoldoende is gebleken. Voor zover [gedaagde] uit hoofde van dat beslag al gelden onder zich heeft gekregen zullen die moeten worden terugbetaald, maar nu niet is gebleken dat [eiser] al gelden onder zich heeft gekregen, zal dit deel van de vordering worden afgewezen.
2.7 [
eiser] zal in de proceskosten worden veroordeeld.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
in conventie
wijst het gevorderde af;
in reconventie
heft op het op 24 september 2015 onder Bunga Indonesia gelegde derdenbeslag ten laste van [gedaagde];
wijst het meer of anders gevorderde af;
in conventie en in reconventie:
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op Afl. 4.000,- aan salaris van de gemachtigde (4 punten, tarief 4);
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.