ECLI:NL:OGEAA:2017:78

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 februari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
LAR nr. 1828 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53a LARArt. 53b LAR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen procesbelang na vergunningverlening

Appellant had een verzoek ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf, dat door verweerder op 11 maart 2016 werd afgewezen. Tegen deze afwijzing maakte appellant bezwaar, dat op 23 juni 2016 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Tijdens de zitting op 5 december 2016 gaf verweerder aan dat de gevraagde vergunning inmiddels op 25 oktober 2016 was verleend en dat appellant hiervan op 1 december 2016 op de hoogte was gesteld. Hierdoor was het procesbelang van het beroep komen te vervallen.

Het gerecht verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 6 februari 2017 door rechter N.K. Engelbrecht. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na verlening van de gevraagde vergunning.

Uitspraak

Uitspraak van 6 februari 2017
LAR nr. 1828 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellant],
wonend in Aruba,
APPELLANT,
procederend in persoon,
gericht tegen:
de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS).

1.HET PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 11 maart 2016 heeft verweerder een verzoek van appellant om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.
Bij beschikking van 23 juni 2016 heeft verweerder het daartegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Op 29 juli 2016 heeft appellant daartegen beroep ingesteld.
Op 1 november 2016 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2016, waar verweerder, vertegenwoordigd door voernoemde gemachtigde, is verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat aan appellant bij beschikking van 25 oktober 2016 de door hem verzochte vergunning is verleend. Afschrift daarvan is op 1 december 2016 aan appellant uitgereikt, aldus verweerder.
Onder deze omstandigheden is het belang aan het beroep komen te ontvallen.
2.2
Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.3
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 6 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).