ECLI:NL:OGEAA:2017:818

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
18 oktober 2017
Publicatiedatum
20 oktober 2017
Zaaknummer
A.R. 915 van 2016/AUA201600841
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 155 Rv ArubaArt. 158 lid 2 Rv ArubaVerdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland en in handelszaken (Haags Bewijsverdrag)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek buitenlandse rogatoire commissie voor getuigenverhoor in Spanje

In deze civiele procedure tussen Galox N.V. en Rehobot Fashion N.V. heeft Rehobot verzocht om een buitenlandse rogatoire commissie in te stellen om een getuige in Spanje te horen. Dit verzoek vloeit voort uit het feit dat de getuige heeft aangegeven niet op Aruba te zullen verschijnen voor een verklaring.

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft het verzoek getoetst aan artikel 155 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba en het Haags Bewijsverdrag, dat van toepassing is tussen Aruba en Spanje. Galox heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek.

Het gerecht oordeelt dat voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld die het horen van de getuige in het buitenland rechtvaardigen. Partijen krijgen de gelegenheid om aanvullende vragen aan de getuige te stellen, die in het vervolg van de procedure kunnen worden ingebracht. De zaak is verwezen naar de rolzitting voor verdere procedurele stappen en het vonnis houdt iedere verdere beslissing aan.

Uitkomst: Verzoek tot instelling van buitenlandse rogatoire commissie voor getuigenverhoor in Spanje toegewezen.

Uitspraak

Vonnis van 18 oktober 2017
Behorend bij A.R. 915 van 2016/AUA201600841
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
GALOX N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Galox,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
de naamloze vennootschap
REHOBOT FASHION N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Rehobot,
[Gedaagde sub 2],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde sub 2],
[Gedaagde sub 3],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde sub 3],
gemachtigde: de advocaat mr. G.B. Wever.

1.DE PROCEDURE IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 mei 2017
- de akte uitlating bewijslevering van Rehobot c.s., ingediend op 31 mei 2017;
- de contra akte van Galox, ingediend op 28 juni 2017;
- de akte uitlating producties, ingediend op 6 september 2017.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

2.1
Bij gemeld tussenvonnis is Rehobot toegelaten te bewijzen dat het aan Galox te wijten is dat de distributieovereenkomst met Friday niet tot stand kwam en daardoor sprake was van schending van artikel 4 van Pro de koopovereenkomst. De zaak is naar de rol verwezen zodat Rehobot zich kon uitlaten over de wijze waarop zij bewijs wil leveren.
2.2
Rehobot verzoekt gebruik te maken van een buitenlandse rogatoire commissie om de heer [getuige] te horen. De getuige is woonachtig in [woonplaats], Spanje. Rehobot grondt haar verzoek op artikel 155 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (Rv.) en het Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland en in handelszaken van 18 maart 2970, Trb. 1979, 38 (hierna: Haags Bewijsverdrag) dat voor Aruba op 27 juli 1989 in werking is getreden en waarbij Spanje partij is. Rehobot stelt dat de heer [getuige] heeft aangegeven geen medewerking te zullen verlenen om op Aruba een verklaring af te leggen.
2.3
Galox heeft geen bezwaar tegen het toewijzen van het verzoek van Rehobot tot het instellen van een buitenlandse rogatoire commissie. Tevens is bij verdrag niet anders bepaald en komt het verzoek om die redenen voor toewijzing in aanmerking.
2.4
Het gerecht is van oordeel dat voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld die met zich meebrengen dat de getuige, gelet op de belangen van de in deze procedure betrokken partijen, in het buitenland dient te worden gehoord bij een nader aan te wijzen autoriteit in [woonplaats], Spanje. Daartoe zullen partijen conform artikel 158 lid 2 Rv Pro. in de gelegenheid worden gesteld aanvullende vragen te stellen aan de getuigen. De zaak zal naar de rol worden verwezen zodat partijen zich kunnen uitlaten over de vragen die zij aan de getuige wensen te stellen, zodat die in het vonnis kunnen worden opgenomen.
2.5
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 15 november 2017 voor akte uitlating zijdens partijen (P1);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.