ECLI:NL:OGEAA:2017:834

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 oktober 2017
Publicatiedatum
24 oktober 2017
Zaaknummer
AUA201600602
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 LarArt. 19 LarArt. 20 LarArt. 27 LarArt. 28 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn beroepschrift bestuursrechtelijke procedure

Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beschikking van de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie betreffende een vergunningaanvraag voor tijdelijk verblijf van een inwonende dienstbode. Nadat het bestuursorgaan niet tijdig op het bezwaar had beslist, dienden appellanten een beroepschrift in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Het gerecht oordeelde dat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn van acht weken was ingediend. Appellanten kregen de gelegenheid om aannemelijk te maken dat het beroepschrift zo spoedig mogelijk was ingediend, maar zij stelden dat het binnen de termijn was ingediend en maakten geen gebruik van deze gelegenheid.

Op grond van de toepasselijke artikelen van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

AUA201600602
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
1.[appellante sub 1],
2.[appellant sub 2],
wonende in Aruba,
APPELLANTEN,
gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen,
gericht tegen:
de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS).

1.PROCESVERLOOP

Appellanten hebben op 6 juni 2016 bezwaar ingesteld tegen de afwijzende beschikking van verweerder van 27 mei 2016 op het verzoek van [X] van 16 oktober 2015 om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode bij appellanten werkzaam te zijn.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar hebben appellanten op 25 oktober 2016 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Op 7 maart 2017 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 september 2017, waar appellanten, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. G.M.N. Maduro (DIMAS), zijn verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ambtshalve overweegt het gerecht als volgt.
2.2
Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, van de Lar, voor zover thans van belang, stelt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie.
Ingevolge artikel 19, eerste lid, brengt de bezwaaradviescommissie het bestuursorgaan binnen vier weken, nadat zij het bezwaarschrift van het bestuursorgaan heeft ontvangen, advies uit.
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is advies binnen de in het eerste lid bedoelde termijn uit te brengen, kan de commissie deze termijn ingevolge het tweede lid eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. De commissie doet van een zodanige verlenging mededeling aan de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan.
Ingevolge artikel 20, eerste lid, neemt het bestuursorgaan de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.
Ingevolge artikel 27, tweede lid, bedraagt, indien het beroepschrift betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, de termijn voor het indienen van een beroepschrift acht weken en gaat deze in op de dag, waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend, nadat de termijn is verstreken.
2.3
Het bezwaarschrift is op 6 juni 2016 ingediend, zodat verweerder binnen twaalf weken na ontvangst daarvan, dat wil zeggen uiterlijk op 30 augustus 2016, op het daarbij gemaakte bezwaar diende te beschikken. Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Lar kon uiterlijk op 24 oktober 2016 tegen het uitblijven van zodanige beschikking beroep worden ingesteld. Het beroepschrift is op 25 oktober 2016, derhalve buiten deze termijn, ingediend.
Bij brief van 14 december 2016 heeft het gerecht appellanten in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift hebben ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. In reactie daarop hebben appellanten zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend en aldus van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2.4
Gelet op het vorenoverwogene, is het beroep niet-ontvankelijk.
2.5
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 16 oktober 2017, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).