Uitspraak
1.DE PROCEDURE
DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN
AWG 8.020,44, waarvan zij stelt reeds AWG 4.952,76 te hebben voldaan. Zij verwijst hiervoor naar productie 1.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer trad in 2005 in dienst bij Van den Broek Construction tegen een uurloon van Afl. 12,00. Vanaf 1 november 2016 stopte de werkgever met het betalen van het salaris. Ondanks aanmaningen in januari 2017, bleef betaling uit. Op 6 februari 2017 nam de werknemer daarom ontslag op staande voet wegens het niet betalen van loon.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris over 14 weken, loon over de opzegtermijn, cessantia en vertragingsrente. De werkgever erkende gedeeltelijk het achterstallige salaris maar betwistte de dringende reden voor ontslag op staande voet en de verschuldigdheid van loon over de opzegtermijn en cessantia.
De rechter oordeelde dat het niet betalen van loon een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet en dat de werkgever hierdoor schadeplichtig is. Het achterstallige loon werd vastgesteld op Afl. 6.720,00 bruto, het loon over de opzegtermijn op Afl. 6.240,00 bruto en de cessantia op Afl. 602,50 bruto. Daarnaast werd vertragingsrente van Afl. 1.944,00 toegekend. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, loon over de opzegtermijn, cessantia en vertragingsrente.