Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift met producties,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 19 oktober 2017.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze kort gedingprocedure vordert eiser de opheffing van een executoriaal beslag dat door SEPPA op zijn bankrekening is gelegd waarop zijn pensioengelden worden gestort. Eiser stelt dat het beslag ook toekomstige stortingen moet omvatten en verzoekt om onmiddellijke opheffing van het beslag voor die toekomstige gelden.
Het Gerecht overweegt dat het beslag uitsluitend ziet op het saldo dat op het moment van beslaglegging op de rekening aanwezig was, conform het Postgiro-arrest van de Hoge Raad. Toekomstige stortingen vallen niet onder het beslag en kunnen door eiser vrij worden beheerd. Het feit dat de bank deze toekomstige gelden blokkeert zonder recht of titel is niet aan SEPPA toe te rekenen.
Gezien deze stand van zaken is het spoedeisend belang van eiser niet aangetoond en is de vordering voorshands ongegrond. Het Gerecht wijst het verzoek af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de rechtsregel omtrent de omvang van derdenbeslag onder banken.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beslag op toekomstige pensioengelden wordt afgewezen.