Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 21 november 2017 een beschikking gegeven over de alimentatieverplichting van de man ten aanzien van zijn minderjarige kind. Hoewel DNA-onderzoek niet is verricht wegens financiële redenen, acht het gerecht bewezen dat de man de biologische vader is, mede vanwege zijn erkenning van een langdurige relatie met de moeder en eerdere maandelijkse bijdragen.
Het gerecht hanteert een richtbedrag van Afl. 650,-- per maand voor de kosten van verzorging en opvoeding van een kind in de leeftijd van de minderjarige, vermeerderd met Afl. 200,-- voor oppaskosten, wat leidt tot totale kosten van Afl. 850,-- per maand. De draagkracht van zowel de moeder als de man is onderzocht aan de hand van hun netto-inkomens en vaste lasten.
De moeder heeft een netto inkomen van circa Afl. 4.466,-- met vaste lasten, waardoor zij maandelijks ongeveer Afl. 2.193,15 overhoudt voor levensonderhoud en kinderalimentatie. De man verdient netto circa Afl. 1.700,--, maar na verrekening van zijn lasten en rekening houdend met de situatie van zijn partner, die niet kan bijdragen vanwege slechte gezondheid, blijft er geen draagkracht over om bij te dragen in de kosten van het kind.
Op basis hiervan bepaalt het gerecht dat de man geen bijdrage hoeft te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De man wordt vrijgesteld van het betalen van kinderalimentatie wegens het ontbreken van draagkracht.