Eisers zijn eigenaar van een woonhuis te Aruba dat voor een jaar is verhuurd tegen USD 1.000 per maand. Gedaagden, die de huurpenningen hebben geïncasseerd, hebben deze niet aan eisers doorbetaald over een periode van 15 maanden, wat neerkomt op USD 15.000.
Eisers stelden dat gedaagden een betalingsregeling zijn nagekomen, maar gedaagden hebben deze niet nagekomen. Eisers vorderden daarnaast een bedrag van USD 6.000 voor vermiste airco’s en slaapkamermeubilair, maar konden dit niet voldoende onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tot betaling van de huurpenningen en de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2016 toewijsbaar is. De vordering voor schadevergoeding wegens vermissing van goederen en de buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onderbouwing. Gedaagden werden veroordeeld in de proceskosten.