ECLI:NL:OGEAA:2017:941
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens intrekking afwijzing vergunning tijdelijk verblijf
Appellant, als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon, had een verzoek ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf dat aanvankelijk op 6 maart 2017 werd afgewezen door verweerder, de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie. Na bezwaar en het uitblijven van een beslissing daarop, stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de procedure werd in het verweerschrift medegedeeld dat de eerdere afwijzing was heroverwogen en dat de vergunning alsnog positief was toegekend. Hierdoor was het belang van het beroep komen te vervallen, waardoor het gerecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht terugbetaald aan appellant, aangezien de bestreden beschikking door de verlening van de vergunning was ingetrokken of gewijzigd. Een veroordeling in proceskosten werd afgewezen vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag bij niet-ontvankelijkverklaringen.
De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 4 december 2017 en er staat hoger beroep open binnen zes weken na dagtekening van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de vergunning tot tijdelijk verblijf is verleend en het griffierecht wordt terugbetaald.