ECLI:NL:OGEAA:2017:949

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
7 december 2017
Zaaknummer
E.J. nr. 1660 van 2017 / AUA201701944
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 lid 1 sub a BWAArt. 1:379 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking over verzoek tot ondercuratelestelling wegens Alzheimer en dementie

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft op 5 december 2017 een tussenbeschikking gegeven in een zaak over ondercuratelestelling van een vrouw die lijdt aan de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. De verzoeker, die niet tot de wettelijk toegestane groep behoort om curatele te verzoeken, had zich tot de rechter gewend om benoeming tot curator te verkrijgen.

De rechter stelde vast dat de vrouw niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen, wat een grond vormt voor ondercuratelestelling op basis van artikel 1:378 lid 1 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Echter, omdat de verzoeker niet behoort tot de personen die volgens artikel 1:379 BWA Pro curatele kunnen verzoeken, zou hij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Het Gerecht koos voor een pragmatische oplossing door de behandeling van de zaak voort te zetten en de vrouw zelf in de gelegenheid te stellen het verzoek tot ondercuratelestelling in te dienen, waarbij zij verzoeker als curator kan benoemen. De zaak is aangehouden tot de zitting op 9 januari 2018, waarbij alle betrokkenen in persoon moeten verschijnen.

Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot ondercuratelestelling wordt aangehouden om de betrokkene zelf het verzoek te laten indienen.

Uitspraak

Beschikking van 5 december 2017
behorend bij E.J. nr. 1660 van 2017 / AUA201701944
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[Verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
om ondercuratelestelling van:
[Verweerster],
wonende in Aruba, te adres,
VERWEERSTER, hierna te noemen [verweerster],
in persoon.
Belanghebbende:
[belanghebbende], de neef.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 8 augustus 2017;
- de griffiersaantekeningen van de behandeling van de zaak op 24 oktober 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoeker bijgestaan door zijn gemachtigde, [verweerster] in persoon, de belanghebbende in persoon en […].
De uitspraak is bepaald op heden.

2.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe dat [verweerster] onder curatele wordt gesteld met benoeming van verzoeker tot haar curator. Daartoe wordt aangevoerd dat [verweerster], al dan niet met tussenpozen, niet in staat is om haar belangen waar te nemen.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het verzoek is gegrond op artikel 1:378, lid 1 en onder sub a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge deze bepaling kan de rechter een meerderjarige onder curatele stellen wegens een geestelijke stoornis waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen.
3.2
Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [verweerster] lijdt aan de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. Vast staat daarom, althans is aannemelijk, dat [verweerster] - al dan niet met tussenpozen - niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen behoorlijk waar te nemen. Dat rechtvaardigt in beginsel haar onder curatele stelling.
3.3
Ingevolge artikel 1:379 BWA Pro kan de curatele worden verzocht door de betrokken persoon, zijn echtgenoot of andere levensgezel, zijn bloedverwanten in de rechte lijn en die in de zijlijn tot de vierde graad ingesloten, alsmede door zijn voogd; zij kan ook worden gevorderd door het Openbaar Ministerie. Ter zitting van 24 oktober 2017 heeft de belanghebbende betwist dat [verweerster] de tante is van verzoeker. Verzoeker heeft vervolgens beaamd dat [verweerster] een nicht van zijn moeder is. Naar het oordeel van het Gerecht behoort verzoeker niet tot de in voornoemd artikel genoemde personen die de curatele kunnen verzoeken. Dit één en ander zou tot het oordeel leiden dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek. Het Gerecht staat echter een pragmatische oplossing in deze kwestie voor.
3.4
Zoals hiervoor vermeld kan ook [verweerster] zelf verzoeken om zichzelf onder curatele te stellen, en verzoeker te benoemen als haar curator. Tegen die achtergrond komt het naar het oordeel van het Gerecht geraden voor om een voortzetting van de behandeling van de zaak te gelasten, om [verweerster] in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of zij zelf het verzoek tot ondercuratelestelling wenst in te stellen en in plaats van verzoeker als verzoekster in deze procedure heeft te gelden. De vraag of wat [verweerster] betreft verzoeker kan worden benoemd als haar curator heeft [verweerster] reeds bevestigend beantwoord tijdens de zitting van 24 oktober 2017.
3.5
Voortzetting van de behandeling van de zaak zal plaatsvinden op de hierna te melden terechtzitting. Verzoeker, [verweerster] en de belanghebbende dienen alsdan in persoon ter verschijnen, desgewenst samen met gemachtigden.
3.6
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-bepaalt de voortzetting van de behandeling van de zaak op
9 januari 2018 om 8.45 uur;
-bepaalt voorts dat verzoeker, [verweerster] en de belanghebbende alsdan in persoon ter zitting moeten verschijnen, desgewenst samen met gemachtigden;
-houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 5 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.