ECLI:NL:OGEAA:2018:103
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens overschrijding toegestane verblijfsduur in Aruba
Appellante heeft zonder geldige verblijfstitel in Aruba verbleven nadat haar toegestane verblijfsduur van 90 dagen was verstreken. Verweerder heeft haar verzoek tot verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf geweigerd op grond van artikel 9, eerste lid, sub d van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv), omdat zij tijdens een vorig verblijf de toegestane verblijfsperiode heeft overschreden.
Appellante voerde aan dat zij conform het beleid van vóór 1 november 2015 haar aanvraag in Aruba had mogen indienen en afwachten, maar het gerecht stelde vast dat het uitlandigheidsvereiste sinds die datum vereist dat eerste aanvragen in het buitenland worden afgewacht. Appellante heeft pas op 21 augustus 2017 kennis kunnen nemen van de beschikking op bezwaar en heeft daarop binnen twee weken beroep ingesteld, waardoor de termijnoverschrijding werd verschoond en het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Het gerecht oordeelde dat de omstandigheden van appellante onvoldoende waren om de afwijzing onredelijk te achten. Het enkele feit dat later dispensatie werd verleend om een nieuw verzoek in Aruba af te wachten, leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft terecht gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om de vergunning te weigeren wegens overschrijding van de toegestane verblijfsduur.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand.