ECLI:NL:OGEAA:2018:171
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling van ingehouden salarisbedrag na derdenbeslag
De naamloze vennootschap Caribbean Mercantile Bank N.V. (CMB) vordert betaling van een bedrag dat Loki Production N.V., handelend onder de naam Ritz, had moeten inhouden op het salaris van een werknemer, X, naar aanleiding van een derdenbeslag. Ondanks verstek tegen Ritz heeft het gerecht een comparitie bevolen om de omvang van het ingehouden bedrag te verduidelijken, maar Ritz is niet verschenen.
Uit de verklaring van Ritz blijkt dat X een parttime dienstverband had met een netto uurloon van Afl. 8,65. Door het ontbreken van nadere gegevens over het aantal gewerkte uren, gaat het gerecht uit van een voltijds dienstverband van 40 uur per week, wat leidt tot een netto maandinkomen van Afl. 1.384,-. Volgens artikel 7:1614g BW is Ritz gehouden een derde deel hiervan, Afl. 461,33 per maand, in te houden.
De inhoudingsplicht ontstond op 3 oktober 2016 en geldt tot de datum van het vonnis, wat een periode van 18 maanden betreft. Dit resulteert in een totaalbedrag van Afl. 8.303,94 dat niet is afgedragen aan CMB. Het gerecht veroordeelt Ritz tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 september 2017, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Loki Production N.V. wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 8.303,94 plus wettelijke rente en proceskosten.