ECLI:NL:OGEAA:2018:183

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 april 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
EJ nr. 2371 van 2017 / AUA201703148
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1614q BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallig loon en vertragingsrente door werkgever

De verzoeker heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot betaling van achterstallig loon door zijn werkgever, Van den Broek Construction, Labor & Cleaning N.V. De werkgever is ondanks oproeping niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

Het gerecht heeft het verzoek tot betaling van het loon over de periode van 10 januari 2017 tot en met 8 april 2017, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2017 en de vertragingsrente gematigd tot 15%, toegewezen. Daarnaast is de werkgever veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht, explootkosten, salaris gemachtigde en nakosten.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen. Hiermee is de vordering van de verzoeker volledig toegewezen wegens het ontbreken van verweer en voldoende onderbouwing van het verzoek.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met rente en proceskosten.

Uitspraak

Beschikking van 3 april 2018
Behorend bij EJ nr. 2371 van 2017 / AUA201703148
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[naam verzoeker],
kosteloos procederend krachtens beschikking van dit gerecht van 29 januari 2018,
wonende te Aruba,
VERZOEKER, hierna: [verzoeker],
gemachtigde: de advocaat mr. P.G. Dowers-Alders,
tegen:
de naamloze vennootschap,
VAN DEN BROEK CONSTRUCTION, LABOR & CLEANING N.V.,
gevestigd te Noord 36-B in Aruba,
VERWEERSTER, hierna: Van den Broek,
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 18 oktober 2017;
- het exploot van betekening d.d. 1 februari 2018, waarbij Van den Broek wederom is opgeroepen om op 20 februari 2018 een verweerschrift in te dienen en te verschijnen voor de behandeling. Van den Broek is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen.
De beschikking is bepaald op heden.

2.HET VERZOEK

[verzoeker] verzoekt - naar het gerecht begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
[verzoeker] toe te laten om kosteloos te mogen procederen;
Van den Broek te bevelen om het achterstallige loon te betalen van 10 januari 2017 tot en met 8 april 2017, vermeerderd met de vertragingsrente en de wettelijke rente vanaf 13 september 2017;
Van den Broek te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.DE BEOORDELING
3.1
Van den Broek heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar aangeboden mogelijkheid om verweer te voeren. Nu er van de zijde van Van den Broek geen verweer is gevoerd tegen het verzoek tot betaling aan [verzoeker] terzake het achterstallig loon en dit voldoende is onderbouwd, zal het gerecht dit verzoek toewijzen. Datzelfde geldt voor het verzoek tot betaling van de vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BW met matiging tot de gebruikelijke 15% en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro.
3.2
Van den Broek zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op Afl. 50,- griffierecht, op Afl. 190,44 aan explootkosten en op Afl. 500,- aan salaris van gemachtigde en Afl. 250,- aan nakosten gemachtigdensalaris met verhoging van Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis.

4.DE BESLISSING

De rechter:
4.1
veroordeelt Van den Broek om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen zijn achterstallig loon van 10 januari 2017 tot 8 april 2017, vermeerderd met de wettelijke rente ingaande 13 september 2017 en de vertragingsrente over het loon, gematigd tot 15%;
4.2
veroordeelt Van den Broek in de kosten van de procedure aan de zijde van [verzoeker] gevallen;
4.3
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 3 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.