ECLI:NL:OGEAA:2018:19
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beslissing kort geding over partner- en kinderalimentatie na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie van 1999 tot medio 2017 en hebben twee kinderen, waarvan één meerderjarig en één minderjarig. De man heeft de gezamenlijke woning verlaten, waar de vrouw met de kinderen blijft wonen.
De vrouw vorderde onder meer het verblijfsrecht in de woning, betaling van vaste lasten, schoolgeld, partneralimentatie en kinderalimentatie. De man voerde verweer tegen deze vorderingen.
De rechter oordeelde dat het spoedeisend belang voor het gebruik van de woning niet was aangetoond en wees deze vordering af. Betalingen van vaste lasten en schoolgeld werden door de man reeds voldaan, zodat deze vorderingen eveneens werden afgewezen. De partneralimentatie werd afgewezen omdat de vrouw met haar huurinkomsten redelijkerwijs in haar levensonderhoud kan voorzien.
De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard voor kinderalimentatie voor de meerderjarige, omdat zij geen volmacht had om namens hem te procederen. De vordering voor kinderalimentatie voor de minderjarige werd toegewezen op basis van de draagkracht van partijen en vastgesteld op Afl. 1.000,- per maand met ingang van 1 januari 2018. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering kinderalimentatie voor minderjarige toegewezen, overige vorderingen afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.