De Voogdijraad verzocht het gerecht om de moeder en de ouders te ontheffen van het gezag over vijf minderjarige kinderen vanwege ongeschiktheid en onmacht om hun opvoedkundige plichten te vervullen. De moeder verzette zich tegen dit verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling waren de moeder, vertegenwoordigers van de Voogdijraad, de Fundacion Guia Mi en de voorgestelde voogden aanwezig, terwijl de vader niet verscheen.
Uit de feiten blijkt dat vier kinderen uit het huwelijk van de ouders zijn geboren en gezamenlijk gezag wordt uitgeoefend, terwijl twee kinderen uit een relatie van de moeder zijn geboren en alleen door haar worden opgevoed. De minderjarigen waren reeds onder toezicht gesteld vanwege eerdere problematiek. De gezinsvoogd gaf aan dat de ouders nalatig zijn, niet meewerken aan begeleiding en niet handelen in het belang van de kinderen.
Het gerecht oordeelde dat de moeder en ouders ongeschikt en onmachtig zijn hun opvoedkundige taken te vervullen en dat de situatie voldoet aan de voorwaarden voor ontheffing van het gezag, ook gezien het verzet van de moeder. Er is geen redelijk perspectief op terugplaatsing van de kinderen bij de ouders. Daarom werd de ontheffing uitgesproken en werden de voorgestelde voogden benoemd om het gezag over de kinderen te voeren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.