ECLI:NL:OGEAA:2018:250
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Betaling voorschot fee en concurrentiebeding in agentschapsovereenkomst zangeres
In deze kortgedingprocedure vordert een professionele zangeres betaling van een voorschot op haar fee over 2017 van haar voormalige agent, met wie zij tevens een affectieve relatie had. Na beëindiging van deze relatie stopte de agent met betalingen. De zangeres vordert daarnaast een verbod op het gebruik van een concurrentiebeding en inzage in financiële documenten.
De rechter stelt vast dat het contract waarop de zangeres zich beroept niet definitief is vastgesteld vanwege onduidelijkheid over de handtekening van de agent. Hierdoor kan de precieze verdeling van fees niet worden vastgesteld in kort geding en zal dit in de bodemprocedure worden onderzocht. Wel is voorshands vastgesteld dat de agent in 2017 een aanzienlijk bedrag heeft gedeclareerd en slechts een deel heeft betaald, wat als scheef wordt beoordeeld.
Het verweer van de agent dat betaling achterwege blijft vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning van de zangeres wordt verworpen. Het beroep op het concurrentiebeding wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat de zangeres vrij is om te werken waar zij wenst. Ook de gevorderde dwangsommen worden afgewezen op grond van artikel 611a Rv. De agent wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van Afl. 20.000,00 en in de proceskosten.
De rechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige vorderingen af.
Uitkomst: Agent wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van Afl. 20.000,00 aan de zangeres; overige vorderingen worden afgewezen.