ECLI:NL:OGEAA:2018:301
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige toewijzing hoofdverblijfplaats minderjarigen aan vader met omgangsregeling moeder
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen geboren in 2009 en 2010. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit, maar de kinderen verblijven sinds 2013 bij de vader. De vader verzoekt om wijziging van het gezag en toewijzing van de hoofdverblijfplaats aan hem, met een bevel tot afgifte van de kinderen.
De moeder had de kinderen op 23 maart 2018 meegenomen, waarna het gerecht bij orde maatregel bepaalde dat zij de kinderen onmiddellijk aan de vader moest afgeven. De vader vordert bevestiging van de hoofdverblijfplaats bij hem totdat in de bodemprocedure wordt beslist. De moeder vordert primair afgifte aan haar en subsidiair een omgangsregeling.
Het gerecht oordeelt dat het belang van de minderjarigen gebaat is bij continuïteit en rust in hun vertrouwde woonomgeving bij de vader. Er is geen bewijs van bedreiging of verwaarlozing bij de vader. Daarom wordt de hoofdverblijfplaats voorlopig aan de vader toegekend. Tegelijk wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de moeder de kinderen wekelijks op donderdag na school en op haar vrije zaterdag mag zien.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de vader wordt gemachtigd om zo nodig de sterke arm in te roepen voor de uitvoering.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen wordt voorlopig aan de vader toegewezen met een omgangsregeling voor de moeder.