ECLI:NL:OGEAA:2018:302

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 mei 2018
Publicatiedatum
30 mei 2018
Zaaknummer
AUA201800913
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 18 caoArtikel 36 cao
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens positief drugstest en misbruik bedrijfsauto

Werknemer trad in 2014 in dienst bij Unicon als koelmonteur. Op 14 maart 2018 constateerde de werkgever via GPS dat werknemer de bedrijfsauto gebruikte in een buurt bekend om drugsgebruik en -handel. Na ontkenning van werknemer werd een drugstest afgenomen die positief bleek. Op grond van de cao en het bedrijfsbeleid werd werknemer op 16 maart 2018 op staande voet ontslagen.

Werknemer vorderde loonbetaling en wedertewerkstelling, stellende dat het ontslag nietig was. De werkgever verweerde zich met verwijzing naar het duidelijke verbod op drugsgebruik en het veiligheidsbelang bij het werk van koelmonteurs. Ook het gebruik van de bedrijfsauto voor de aankoop van drugs werd als zwaarwegend beschouwd.

De rechter oordeelde dat het ontslag gegrond was, mede vanwege het expliciete cao-beleid en het feit dat werknemer niet spontaan melding had gemaakt van drugsgebruik. Het verzoek van werknemer werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het kort geding wijst de vordering van werknemer af en bevestigt het ontslag op staande voet wegens drugsgebruik en misbruik van bedrijfsauto.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 16 mei 2018
Behorend bij AUA201800913
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[eiser],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,
tegen:
de naamloze vennootschap
UNICON N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Unicon,
gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown.
DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de producties van Unicon;
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnota van Unicon;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 26 april 2018.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
[eiser] is op 1 februari 2014 in dienst getreden van Unicon als koelmonteur.
2.2
Op 16 maart 2018 is [eiser] op staande voet ontslagen. De brief van die datum waarin dat ontslag bevestigd wordt luidt voor zover van belang:
Op 14 maart j.l. heeft uw unit manager via het GPS systeem geconstateerd dat u in de nacht van 13 op 14 maart gebruik heeft gemaakt van de bedrijfsauto, en dat u zich in een buurt heeft opgehouden die bekend staat alszijnde een buurt waar drugs gebruikt en verhandeld wordt. Uw unit manager heeft u op de man af gevraagd of u daar was om verdovende middelen voor eigen gebruik te kopen en u heeft dit ontkend. Vervolgens heeft de HR manager u privé gesproken en nogmaals dezelfde vraag gesteld, en ook toen heeft u ontkennend gereageerd.Wij hebben vervolgens u opdracht gegeven direct via een drugstest bij Medwork te laten verifieren dat u inderdaad geen drugs heeft gebruikt (…) Wij hebben op 15 maart 2018 de uitslagen van de test ontvangen, en helaas hebben wij moeten constateren dat de test positief is uitgevallen.Dit laat ons geen andere mogelijkheid dan, conform artikel 36, lid 2 van de CAO, u op staande voet te ontslaan, (…).
2.3
Artikel 18 van Pro de cao luidt voor zover van belang:
1. De werkgever zal een drugs- en alcohol beleid implementeren. Dit beleid houdt in dat random drugs- en alcohol testen worden uitgevoerd. (…)2. Bij vrijwillige melding door de werknemer (incl. management), zal het bedrijf bijstaan met behandeling en rehabilitatie.3. (…) Mocht het resultaat van de test positief zijn (…) dan volgen disciplinaire maatregelen (o.a. verplichte behandeling) tot aan en inclusief ontslag op staande voet.
2.4
Artikel 36 van Pro de cao luidt voor zover van belang:
1. Indien een werknemer inbreuk maakt op de bepalingen van de arbeidsovereenkomst, het huishoudelijk reglement, de collectieve arbeidsovereenkomst of een opgedragen taak, direkt verband houdende met de functie, niet uitvoert of inbreuk maakt op de wettelijke voorschriften stelt hij/zij zich bloot aan disciplinaire maatregelen die kunnen bestaan uit: (…)2. De maatregelen vervat in punt 1 van dit artikel laten de mogelijkheid open voor ontslag om dringende reden die luiden als volgt:(…)d. wanneer hij/zij zich schuldig maakt aan het gebruik van drugs;(…)

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [
[eiser] vordert – kort gezegd - veroordeling van Unicon tot doorbetaling van loon en wedertewerkstelling, met veroordeling van Unicon tot vergoeding van de proceskosten.
3.2 [
[eiser] grondt de vordering erop dat het ontslag nietig is.
3.3
Unicon voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Vooropgesteld wordt dat [eiser] erkent, dat in het gesprek dat aan de ontvangst van de ontslagbrief voorafging aan hem is meegedeeld dat hij werd ontslagen omdat hij drugs had gebruikt en die in de nachtelijke uren met de bedrijfsauto was gaan kopen op een plek die bekend staat om het dealen en gebruiken van drugs dat daar plaats vindt.
4.2
Uit de cao blijkt voldoende duidelijk dat gebruik van drugs een reden kan zijn de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te beëindigen. Unicon heeft daar ook belang bij omdat koelmonteurs aan het verkeer deelnemen om van de ene naar de andere werkplek te rijden, bij mensen thuis en in bedrijven binnen komen en technisch werk doen waarbij ze hun hersens en handen ‘erbij’ moeten hebben om het werk veilig en vakkundig uit te voeren; geen van die activiteiten hoort onder invloed van drugs plaats te vinden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Unicon er voldoende belang bij heeft tegen werknemers die tijdens werkuren positief getest worden op de aanwezigheid van op drugsgebruik duidende stoffen in hun lichaam disciplinaire maatregelen te nemen. Daaronder kan blijkens de cao terecht ook ontslag op staande voet behoren.
4.3
In het geval van [eiser] komt daar nog bij dat hij, in strijd met een daartoe strekkend en duidelijk verbod, voor het kopen van de drugs in de nachtelijke uren gebruik heeft gemaakt van de bedrijfsauto om daarmee naar een in verband met dat doel notoire plek te rijden.
4.4
Unicon mocht zich op het standpunt stellen dat aan het voorgaande niet in voldoende mate afdoet, dat [eiser] al veertien jaar in haar dienst is en een gezin heeft dat (mede) van zijn arbeidsinkomsten afhankelijk is.
4.5
Nu [eiser] ontkent een probleem te hebben met het gebruik van drugs, dit was de eerste keer volgens hem, rustte op Unicon ook niet de plicht hem eerst bij te staan met hulp en rehabilitatie. Anders dan [eiser[ aanvoert hoeft Unicon als werkgever niet zichzelf de vraag te stellen of [eiser], ondanks diens ontkennende houding, niet toch een drugsprobleem heeft dat voor Unicon aanleiding moet zijn hem te helpen. Daar komt bij dat [eiser], anders dan artikel 18 van Pro de cao in dit verband als voorwaarde stelt, ook niet zelf spontaan het drugsgebruik bij Unicon heeft gemeld.
4.6
De vorderingen stuiten op het voorgaande af. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiser] de proceskosten van Unicon moeten vergoeden.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Unicon worden begroot op Afl. 1.500, aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.