ECLI:NL:OGEAA:2018:306
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige toevertrouwing minderjarige en toestemming tot verhuizing naar Maleisië
De moeder en vader, gehuwd sinds juli 2017, hebben een minderjarige geboren in België erkend door de vader. Sinds februari 2018 verblijven zij met de minderjarige en een stiefzoon in Aruba zonder verblijfstitel. Na mishandeling van de moeder door de stiefzoon woont zij met de minderjarige op een onbekend adres.
De moeder vordert in kort geding de voorlopige toevertrouwing van de minderjarige aan haar, toestemming om met het kind naar Maleisië te reizen, betaling van reis- en alimentatiekosten door de vader, en een contactverbod. De vader verzet zich tegen de verhuizing naar Maleisië.
De rechter weegt het belang van de minderjarige, de moeder en de vader af, waarbij het belang van het kind voorop staat. De moeder is de primaire verzorger, er is geen bewijs dat verhuizing nadelig is voor het kind, en de moeder kan in Aruba niet werken of verzekerd zijn. De vorderingen van de moeder worden grotendeels toegewezen, waaronder de toevertrouwing en toestemming tot verhuizing, alsmede voorlopige alimentatie. De vordering van de vader wordt afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de moeder mag zo nodig de sterke arm inschakelen voor uitvoering.
Uitkomst: De moeder krijgt de voorlopige toevertrouwing van de minderjarige en toestemming om met het kind naar Maleisië te verhuizen, met voorlopige alimentatieverplichtingen voor de vader.