ECLI:NL:OGEAA:2018:334
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijkse goederengemeenschap en terugbetaling vermeende lening
In deze civiele zaak bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba staat de verdeling van de huwelijkse goederengemeenschap centraal, waarbij de vrouw een geldlening van haar ouders betwist. Het tussenvonnis van 31 januari 2018 gaf haar de gelegenheid nadere informatie te verstrekken over een vermeende lening van Afl. 210.000 uit 2012.
De vrouw legde een toelichting af, maar het gerecht concludeerde dat er geen overeenkomst van geldlening tot stand was gekomen. De omschrijving 'GIFT' bij overboekingen, het ontbreken van toestemming van de man voor de lening en het ontbreken van juridische noodzaak voor terugbetalingen waren doorslaggevend. Het gerecht oordeelde dat de vrouw de huwelijkse gemeenschap heeft benadeeld en veroordeelde haar tot terugbetaling van het bedrag.
Verder vroeg de man verantwoording over transacties van de vrouw op een gezamenlijke rekening; de vrouw moet deze staven met onderliggende stukken. Ook is er discussie over een lening van de moeder van de man, waarvoor de vrouw nog gelegenheid krijgt te reageren. De zaak is verwezen naar de rol voor nadere stukken en verdere beslissing is aangehouden.
Uitkomst: Vrouw moet Afl. 210.000 terugbetalen aan huwelijkse gemeenschap en verdere bewijslevering wordt aangehouden.