ECLI:NL:OGEAA:2018:350

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
11 juni 2018
Zaaknummer
EJ nr. 2605 van 2017/aua201703228
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie bijdrage vader voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de Voogdijraad tot vaststelling van kinderalimentatie door de vader voor zijn minderjarige kind, geboren in 2014. De vader heeft het kind erkend en wordt verzocht een maandelijkse bijdrage van Afl. 450,- te betalen.

Tijdens de mondelinge behandeling verschenen de vader met zijn advocaat en de moeder in persoon. De rechter beoordeelde de draagkracht van beide ouders aan de hand van hun netto-inkomens en redelijke vaste lasten. De moeder heeft geen draagkracht vanwege haar lage inkomen en hoge lasten, mede ondersteund door haar moeder.

De vader verdient netto ca. Afl. 2.828,- en heeft na aftrek van noodzakelijke lasten een draagkracht van ca. Afl. 591,-. De kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige worden gesteld op gemiddeld Afl. 450,- per maand, inclusief schoolkosten, kleding en recreatie.

Gelet op deze gegevens acht het gerecht een bijdrage van Afl. 450,- per maand passend, ingaande 1 januari 2018. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 450,- per maand kinderalimentatie vanaf 1 januari 2018.

Uitspraak

Beschikking van 5 juni 2018
behorend bij EJ nr. 2605 van 2017/aua201703228
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en
[VERWEERDER],
wonende in Aruba,
VERWEERDER, hierna te noemen de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi.
Belanghebbende:
[Belanghebbende], de moeder.

1.DE PROCEDURE

1.1
De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 24 november 2017;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 17 april 2018, waaruit blijkt dat de vader bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en de moeder in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig [naam vertegenwoordiger].
1.2
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

Uit de relatie tussen de vader en de moeder is de thans nog minderjarige [naam minderjarige kind] (hierna: de minderjarige) op [geboortedatum] 2014 in [land] geboren. De vader heeft de minderjarige erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 450,- ingaande 1 december 2017 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.
4.3
De kosten van verzorging en opvoeding
Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,- per maand bedraagt. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige in de leeftijd als die van partijen rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten, de kosten aan kleding en die van recreatie, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de kosten niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van de minderjarige die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 450,- (zoals noodzakelijke kosten voor naschoolse opvang).
4.4
De draagkracht van de moeder
4.4.1
Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 1.819,09 per maand
4.4.2
Rekening houdend met het forfaitair bedrag aan kosten van Afl. 1.400,-- en de huur van Afl. 400,-- houdt de moeder geen bestedingsruimte van betekenis over. Haar moeder (oma) helpt haar. Zij kan daarom niet bijdragen in de kosten van onderhoud van de minderjarige.
4.5
De draagkracht van de vader
4.5.1
Blijkens de door de vader overgelegde salarisslips bedraagt zijn loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 2.828,23 per maand.
4.5.2
Het gerecht zal rekening houden met het forfaitair bedrag aan kosten van Afl. 1.400,--, de huur van Afl. 300,-- en de post levensonderhoud van de minderjarigen [naam 1] en [naam 2] ad Afl. 537,--. De post “lening Banco di Caribe” ad Afl. 556,-- zal , gelet op de prioriteit die moet worden toegekend aan de onderhoudsverplichting van de vader, buiten beschouwing worden gelaten.
4.5.3
De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de vader bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.237,--.
4.5.4
Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van ca. Afl. 591,23, waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen.
4.6
Gelet op de draagkracht van partijen en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 450,-- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 januari 2018.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de bijdrage van [naam vader] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam kind], geboren op [geboortedatum] 2014 in [land], op Afl. 450 per maand, met ingang van 1 januari 2018, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, ter zitting van 5 juni 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.