ECLI:NL:OGEAA:2018:373
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing bevel tot uitzetting en inbewaringstelling wegens openbare orde
Klager, gehuwd met een in Aruba geboren Nederlander, werd bij beschikking van 27 maart 2018 bevolen tot uitzetting en inbewaringstelling vanwege gepleegde misdrijven en het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Klager maakte bezwaar en verzocht om schorsing van de bevelschriften. Het gerecht oordeelde dat de toetsing van het bevel tot inbewaringstelling exclusief is voorbehouden aan de rechter-commissaris, waardoor bezwaar op grond van de Lar niet-ontvankelijk is.
Ten aanzien van het bevel tot uitzetting stelde klager zich op het standpunt dat hij recht heeft op familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het gerecht stelde vast dat klager gedurende een periode niet meer samenwoonde met zijn echtgenote en daardoor zijn verblijfsstatus was vervallen. Hoewel er sprake is van een hersteld family life, achtte het gerecht inmenging in dit recht noodzakelijk vanwege de aard en ernst van de gepleegde misdrijven en het eerdere verwijderingsbesluit.
Het gerecht concludeerde dat het belang van Aruba bij handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van klager bij het behoud van zijn verblijf. Er zijn geen objectieve belemmeringen voor klager om zijn familie- of gezinsleven in zijn land van herkomst voort te zetten. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting en inbewaringstelling wordt afgewezen.