ECLI:NL:OGEAA:2018:374
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning tijdelijk verblijf wegens onvoldoende inkomenseis werkgever
Appellante verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode te werken bij een beoogde werkgever. De Minister wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat de werkgever over het vereiste minimuminkomen van Afl. 50.000 bruto per jaar beschikte.
Appellante stelde dat een verklaring van een registeraccountant voldoende was en dat eerder op basis daarvan vergunningen waren verleend. Verweerder gaf aan dat accountantsverklaringen niet meer worden geaccepteerd vanwege mogelijke belangenverstrengeling en dat een officiële inkomensverklaring van het belastingdepartement vereist is.
Tijdens de zitting erkende de gemachtigde van appellante dat het inkomen van de beoogde werkgever lager is dan de inkomenseis, omdat deze een 82-jarige gepensioneerde is. Bankafschriften konden de vermogenspositie niet aantonen. Het Gerecht concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat niet aan de inkomenseis is voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergunning tot tijdelijk verblijf wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de inkomenseis.