ECLI:NL:OGEAA:2018:375

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 juni 2018
Publicatiedatum
26 juni 2018
Zaaknummer
LAR nr. AUA201703545
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7a Ltuv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergunning voor onbepaalde tijd wegens onvoldoende legaal verblijf in Aruba

Appellante verzocht om een vergunning voor onbepaalde tijd, maar deze werd door de minister afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste van 120 maanden onafgebroken legaal verblijf in Aruba, zoals gesteld in artikel 7a, tweede lid, van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv).

Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat zij wel aan de vereiste van 10 jaar legaal verblijf voldeed. Tevens verzocht zij, indien de vergunning voor onbepaalde tijd niet kon worden verleend, om een vergunning voor tijdelijk verblijf met een garantsteller.

De minister overlegde een beoordelingslijst waaruit bleek dat appellante slechts 109 maanden legaal in Aruba verbleef. Appellante bevestigde de juistheid van deze lijst. Het Gerecht oordeelde dat de afwijzing op goede gronden was gebaseerd en verklaarde het beroep ongegrond.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 25 juni 2018. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de vereiste van 120 maanden legaal verblijf.

Uitspraak

Uitspraak van 25 juni 2018
LAR nr. AUA201703545
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellante],
wonende in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE,
zetelende in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 18 november 2016 heeft verweerder het verzoek van appellante afgewezen, om haar een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen.
Bij beschikking van 16 november 2017 heeft verweerder het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen deze beschikking heeft appellante op 27 december 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht.
De zaak is behandeld ter zitting van 14 mei 2018, alwaar zijn verschenen appellante bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd en verweerder bij zijn gemachtigde.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 7a, tweede lid, van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (hierna: Ltuv) kan een vergunning tot verblijf worden verleend aan degene die kan aantonen dat hij gedurende een periode van ten minste 10 jaren onafgebroken legaal ingezetene van Aruba is geweest.
2.2
Aan haar tegen de primaire beschikking van 18 november 2016 gerichte bezwaar heeft appellante ten grondslag gelegd dat verweerder bij die beschikking heeft miskend dat zij voldoet aan het voor verlening van een vergunning tot verblijf (voor onbepaalde tijd) in artikel 7a, tweede lid, van de Ltuv gestelde vereiste dat zij 10 jaren onafgebroken legaal verblijf in Aruba heeft gehad. Indien die vergunning echter niet kan worden afgegeven verzoekt appellante om haar wederom een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen met als garantsteller Eikon Employment Agency N.V.
2.3
Verweerder heeft bij haar verweerschrift een “Beoordelingslijst Zelfstandigen” overgelegd. Hieruit blijkt dat appellante ten tijde van de primaire beschikking 109 maanden legaal in Aruba verblijft. Om in aanmerking te komen voor een vergunning voor onbepaalde tijd dient de betrokkene echter 120 maanden legaal in Aruba te verblijven. Ter zitting heeft appellante bevestigd dat de beoordelingslijst klopt. Dit brengt mee dat verweerder het verzoek derhalve op goede gronden heeft afgewezen.
2.4
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep van appellante ongegrond.
Deze beslissing werd gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 25 juni 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.