Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker, werkzaam als onderopzichter tweede klasse bij de Dienst Openbare Werken, is ontslagen op grond van een onherroepelijke veroordeling tot een gevangenisstraf wegens overtreding van de Vuurwapenverordening. Het ontslag is gebaseerd op artikel 98 van Pro de Landsverordening materieel ambtenarenrecht, dat ontslag mogelijk maakt bij een veroordeling tot vrijheidsstraf.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het ontslag en verzocht om een voorziening bij voorraad om zijn ambtelijke bezoldiging door te betalen en zijn werkzaamheden te hervatten totdat de beschikking onherroepelijk is. Het gerecht oordeelde dat het verzoek onvoldoende gronden bevatte, mede omdat het feit als ernstig wordt gekwalificeerd en het vertrouwen in verzoeker als ambtenaar ernstig is geschaad.
Het gerecht overwoog dat aan ambtenaren hoge eisen worden gesteld op het gebied van integriteit en betrouwbaarheid. De disciplinaire straf van ontslag is passend en niet onevenredig in verhouding tot de gepleegde overtreding. Verzoekers overige bezwaren, waaronder schending van zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en motiveringsbeginsel, werden verworpen.
Daarom is het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad afgewezen en zal het bezwaar in de bodemprocedure waarschijnlijk ongegrond worden verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad wordt afgewezen en het ontslag blijft van kracht.