ECLI:NL:OGEAA:2018:403
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring omtrent gedrag wegens handel in cocaïne en marihuana
Klager verzocht om een verklaring omtrent gedrag (VOG) ten behoeve van het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 22, eerste lid, van de Landsverordening justitiële documentatie (Lv VOG), omdat uit onderzoek bezwaren tegen klager bleken. Klager was in 2016 onherroepelijk veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor het opzettelijk handelen in strijd met de Landsverordening verdovende middelen, namelijk handel in cocaïne en marihuana.
Klager voerde aan dat hij spijt had en zijn les had geleerd, en dat hij een kans wilde om zijn leven samen met zijn echtgenote voort te zetten. Het gerecht oordeelde echter dat de aard en ernst van het delict, samen met de relatief recente veroordeling, een zwaarwegend bezwaar vormden tegen het afgeven van de VOG, gelet op het doel waarvoor deze werd gevraagd.
Daarom was verweerder gehouden de verklaring te weigeren. Het gerecht verklaarde de klacht van klager ongegrond en wees het verzoek definitief af. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De klacht tegen de weigering van de verklaring omtrent gedrag wordt ongegrond verklaard en het verzoek afgewezen.